Skip to content Skip to footer

“Een actuele RI&E is dé basis voor een veilige werkvloer”

Steeds meer opleiders gebruiken de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) van de klant als basis voor een goed doordacht maatwerktraject. Een goede zaak, benadrukt veiligheidsadviseur Natascha Kooijman. “Met de RI&E in de hand kun je als opleider écht een verschil maken voor je klanten.”

Met 22 dienstjaren binnen NIBHV mag Natascha Kooijman met recht een oudgediende worden genoemd. In al die jaren zag ze tientallen bedrijven en organisaties van binnen en leerde ze tal van werkgevers en opleiders goed kennen. Veel opleiders hebben hun zaakjes prima voor elkaar, ziet Kooijman. “Tegelijkertijd is er nog altijd een aanzienlijke groep opleiders die simpelweg precies doet wat de klant van hen vraagt. Dat klinkt op zich logisch, en er is op zich ook niets mis mee om je klanten goed te willen bedienen, maar juist déze opleiders laten belangrijke kansen liggen.”

Risico’s afdekken

Wat deze opleiders volgens Kooijman vaak namelijk niet doen, is goed kijken naar de onderliggende risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) van hun klanten. “Sinds 1 januari 1994 is elke werkgever met minimaal 1 fte verplicht om een RI&E op te stellen. Welke risico’s spelen er binnen je organisatie? En hoe ga je die afdekken? Brandrisico’s kun je bijvoorbeeld afdekken door sprinklers aan te brengen. Ook van belang zijn de zogenoemde restrisico’s; risico’s die altijd kunnen optreden en die je niet kunt voorkomen met reguliere risico-beperkende maatregelen. Daarbij kun je bijvoorbeeld denken aan ongevallen – zoals vallen of struikelen – en aan externe dreigingen, zoals een overstroming, explosie of brand in de nabije omgeving. Die algemene restrisico’s vormen de basis voor de bhv-organisatie.”

“Op basis van de in kaart gebrachte restrisico’s kun je incidentscenario’s opstellen; beschrijvingen van incidenten die binnen jouw organisatie zouden kúnnen plaatsvinden. Heb je zicht op alle risico’s en op de bijbehorende realistische incidentscenario’s? Dan bepaal je op basis daarvan hoeveel bhv’ers je op welk moment nodig hebt, en over welke kennis en vaardigheden ze moeten beschikken.”

Te weinig bhv’ers

En precies hier gaat het dus vaak ‘mis’, ziet Kooijman. “Er zijn nog altijd opleiders die niet vragen naar de RI&E van de betreffende klant. En dat is zonde en potentieel gevaarlijk, want daardoor kan het zomaar zijn dat de bhv-organisatie en het aantal opgeleide bhv’ers niet goed aansluiten op de actuele risico’s op de werkvloer. Het kan zijn dat je te veel allround bhv’ers opleidt en dat de betreffende werkgever goed toe zou kunnen met een kleinere bhv-organisatie, of een bhv-organisatie met minder allround opgeleide bhv’ers en juist meer ontruimers. Van de andere kant kan het ook gebeuren dat je te weinig mensen opleidt. Hoe dan ook: als je niet kijkt naar de onderliggende RI&E, of als je niet checkt of deze nog actueel is, dan sluit de opleiding vaak niet goed aan op de praktijk. Een goede opleider zou daar dus altijd naar moeten kijken.”

Partnership

Kooijman realiseert zich dat, vanuit puur commercieel opzicht, veel opleiders simpelweg het liefst zoveel mogelijk bhv’ers opleiden, bijscholen of omscholen. “Maar juist in de RI&E schuilt een kans om je klanten zo goed mogelijk te helpen bij het vormgeven van hun bedrijfsnoodorganisatie en écht maatwerk te bieden. Als je aan je klanten laat zien dat je goed hebt nagedacht over wat ze nodig hebben, biedt dat uiteindelijk de meeste kansen op een partnership op de langere termijn. En, zoals gezegd: het kan ook voorkomen dat je onder de streep méér bhv’ers opleidt – al dan niet met een deeltaak – dan waar de klant aanvankelijk om vroeg. Hoe dan ook: met de RI&E in de hand kun je de werkgever onderbouwd adviseren over het benodigde aantal bhv’ers, om vervolgens van daaruit te beginnen met opleiden. Zo kun je als opleider écht een verschil maken voor je klanten.”

Veiligheidskunde

Gelukkig werken steeds meer opleiders (waaronder de opleiders met het NIBHV Keurmerk) tegenwoordig standaard op basis van de RI&E, constateert Kooijman. “Ook hebben steeds meer met name grotere opleiders zelf veiligheidskundigen in dienst, die werkgevers kunnen adviseren over de vertaling van de RI&E en de bijbehorende incidentscenario’s naar een bhv-plan op maat.”

Zélf voltooide Kooijman recentelijk de opleiding Middelbare Veiligheidskunde (MVK), vertelt ze. “Ik werk nu al zo lang binnen de wereld van bhv en Arbowetgeving, dat ik vond dat ik ook meer kennis zou moeten hebben van de meer technische kanten van veiligheid op de werkvloer. Mijn afstudeerscriptie heb ik daarom voltooid bij steenwolfabrikant Rockwool in Roermond; een bedrijf waar natuurlijk tal van risico’s spelen en waar ze dan ook beschikken over alle denkbare certificeringen. Voor mij was het enorm interessant om me een paar maanden lang onder te dompelen in zo’n industriële omgeving en het bedrijfsnoodplan te actualiseren en incidentscenario’s op te stellen.”

Luis in de pels

Voor Kooijman was haar tijd bij Rockwool vooral een bevestiging van hoe belangrijk het is om al die wetgeving op een goede manier te vertalen naar de praktijk. “Kijk, er zal altijd een spanningsveld zijn tussen wat de veiligheidskundige wil – als ‘luis in de pels’ word je toch al snel gezien als lastig – en hoe de werkvloer daarmee om gaat. Uiteindelijk moet er immers wel productie gedraaid worden. En ‘nul incidenten’ klinkt mooi, maar in de praktijk zijn bepaalde risico’s gewoon niet altijd helemaal te vermijden. Als directie zul je daarin je weg moeten vinden.”

Cultuur en gedrag

Veel winst valt te behalen door te focussen op cultuur en gedrag, benadrukt Kooijman. “De teneur is toch al snel: we doen het al jaren zo, waarom veranderen? Dat moet je zien te doorbreken. Een voorbeeld: een draaiende machine die was vastgelopen, werd weer op gang werd geholpen door een bezemsteel. Potentieel erg gevaarlijk, maar ‘het ging toch altijd goed?’. Aan de veiligheidskundige op dat moment de taak om te laten zien wat de risico’s zijn en hoe het óók kan, met minimaal verlies van productie. Maar het schuilt ook in kleinere dingen; de werkvloer opgaan en simpelweg vragen waarom medewerkers hun verplichte helm niet dragen. Vaak kun je al een groot verschil maken door klein te beginnen en mensen voor te lichten over de potentiële risico’s. Vergeet niet: uiteindelijk komt iederéén graag gezond thuis ’s avonds.”

Ongewenst gedrag en werkdruk

Onlangs actualiseerde ook NIBHV zélf zijn RI&E en het bijbehorende bhv-plan, naar aanleiding van de recente verhuizing naar een nieuw pand. Qua risico’s is het bij NIBHV uiteraard net iets minder spannend dan bij Rockwool, lacht Kooijman. “Maar: ook binnen een standaard kantooromgeving zijn er risico’s waar je rekening mee moet houden. Zo speelt automatisering binnen veel organisaties een steeds prominentere rol. Wat doe je als er brand uitbreekt in de serverruimte? Je wil voorkomen dat de continuïteit van je bedrijf in gevaar komt. Daarnaast is er tegenwoordig de verplichting om aandacht te hebben voor psychosociale arbeidsbelasting. Daaronder vallen alle vormen van ongewenst gedrag – zoals pesten, discriminatie en seksuele intimidatie – en werkdruk. Ook dat zijn zaken die bedrijven en organisaties moeten meenemen in hun RI&E.”

Oefenen is essentieel

Onlangs voerde NIBHV ook een ontruimingsoefening uit, die interessante inzichten opleverde voor de verdere aanscherping van het bhv-plan dat voortvloeide uit de geactualiseerde RI&E. “Een eenvoudig voorbeeld: we kwamen erachter dat een van onze bhv’ers niet bij de schuif kon waarmee de nooddeur geopend kan worden. Daar moeten we iets op bedenken, zodat ook deze bhv’er haar taken goed kan uitvoeren. Regelmatige oefenen is essentieel om de bhv-organisatie scherp en op peil te houden.”

Maar alles begint met een goed doordachte, actuele RI&E, benadrukt Kooijman nogmaals. “Die vormt te allen tijde de basis voor een veilige werkvloer. Voor werkgevers én opleiders belangrijk om dat in het achterhoofd te houden.” JP//

Reageer op dit artikel

the Kick-ass Multipurpose WordPress Theme

© 2023 Kicker. All Rights Reserved.