Skip to content Skip to footer

Oefenen met bhv’ers op hoog niveau in Utrecht

Sinds de zomer van 2024 is de Utrechtse Domtoren weer in volle glorie te zien, nadat het 700 jaar oude stadsicoon vijf jaar lang in de steigers stond voor een grondige restauratie. De voltooiing van het restauratiewerk was voor de exploitatieorganisatie en de Veiligheidsregio Utrecht aanleiding om in februari een gezamenlijke bhv-brandweeroefening te houden en de nood- en ontruimingsprocedures te testen.

De oefening was leerzaam voor beide organisaties, want het ontruimen van een 112 meter hoge toren met slechts één smalle stenen wenteltrap is geen sinecure.

Stevig oefenscenario

Aan duidelijke communicatie ontbrak het niet in de avond van 3 februari. Grote informatieborden op het Domplein in het hart van het Utrechtse winkel- en uitgaansgebied, maakten voorbijgangers duidelijk dat sprake was van een oefening en niet van een echte noodsituatie. Er was dan ook aardig wat beroering rond de toren, met aanrijdende brandweervoertuigen en een in hesjes gestoken oefenstaf van de veiligheidsregio.

Op 70 meter hoogte zat een groep bezoekers opgesloten.

Die had een stevig scenario voorbereid voor de bedrijfshulpverleners en de brandweerlieden: brand in een technische ruimte onder de klokkenzolder op 49 meter hoogte, met rookverspreiding naar boven via de trap, een groep ingesloten bezoekers met gids op 70 meter hoogte en een gewonde persoon in een ruimte op 25 meter.

Wat waren de oefendoelen?

Tijdens de oefening draaide het om de samenwerking tussen de bedrijfshulpverlening en de brandweer. Informatieoverdracht, beeld-, oordeels- en besluitvorming, het bestrijden van de brandhaard en het in veiligheid brengen van de bezoekers en de gewonde persoon waren de oefendoelen. Voor de brandweer was een extra oefendoel vast te stellen welke mogelijkheden er rond de toren zijn voor het opstellen van een autoladder om toegang te krijgen tot de eerste 25 meter van de toren voor het bestrijden van een brand of het redden van mensen.

Wat waren de bevindingen?

Die ruimte is er, bleek uit de oefening en een reeks oriëntatiebezoeken van de Utrechtse brandweerposten die de Domtoren in hun verzorgingsgebied hebben. Maar tijdens de oefening kwam het voor het redden van de gewonde aan op creativiteit en een van riemen en lijnen in elkaar gezet alternatief draagstel om het slachtoffer via de trap naar beneden te brengen. Een karwei dat de nodige voorzichtigheid vroeg op de smalle wenteltrap, want: safety first.

De stand van zaken na circa anderhalf uur: de brand was bedwongen en de groep bezoekers stond veilig weer beneden. Een operatie ‘volgens het boekje’, waarbij de bhv-organisatie in overleg met de brandweer koos voor het laten schuilen van de groep bezoekers ver boven de brandhaard tot de vluchtweg via de trap rookvrij en veilig was.

Hoe houd je de Domtoren veilig?

De Domtoren steekt met zijn 112 meter en 32 centimeter met kop en schouders uit boven de andere kerktorens in Nederland. Jaarlijks trekt het markante rijksmonument, dat werd gebouwd tussen 1321 en 1382, gemiddeld 80.000 bezoekers. Utrecht Marketing, dat zijn bezoekerscentrum op het Domplein heeft, is verantwoordelijk voor de exploitatie van de Domtoren en ook voor de veiligheid en de organisatie van de bedrijfshulpverlening.

De Domtoren is met ruim 112 meter de hoogste kerktoren van Nederland.

“De veiligheid van de honderden bezoekers die dagelijks de Domtoren bezoeken en beklimmen, is voor onze organisatie een speerpunt”, vertelt Teun Bonenkamp, manager Domtoren-exploitatie van Utrecht Marketing en tevens verantwoordelijk voor de bhv-organisatie. “Onze belangrijkste opgave bij een noodsituatie is: hoe krijgen we een groep bezoekers zo snel én veilig mogelijk beneden als ontruiming noodzakelijk is? Bij een incident in de hogere regionen van de toren is dat best een uitdaging, want een lift is er niet en de stenen wenteltrap is smal en telt 465 treden.”

Maatregelen tegen brand

Brand is voor bezoekers feitelijk geen rechtstreeks gevaar, stelt Bonenkamp. “Want het robuuste monumentale bouwwerk is volledig van steen. De enige vuurlast in de toren vormt het deels houten interieur van de klokkenzolder op 49 meter en de daaronder gelegen technische ruimten. Deze ruimten zijn voorzien van sprinklers met eigen pompen, zodat een eventuele beginnende brand snel kan worden beheerst en gedoofd. Daarnaast is de toren voorzien van een brandmeldinstallatie met rookmelders en in sommige ruimten ook optische detectie met lichtstralen. Voor vuur hoeven de bezoekers in de toren dus niet bang te zijn, maar rookverspreiding via de trap kan een beperkt risico opleveren. In zo’n situatie biedt de toren voldoende mogelijkheden om, ook op de hogere omlopen in de buitenlucht, veilig uit de rook te blijven.”

Hoe ziet de bhv-organisatie eruit?

Bezoekers kunnen tijdens hun verblijf in de toren altijd rekenen op snelle eerste hulp van bedrijfshulpverleners, legt Ferike Janse, dagcoördinator en bedrijfshulpverlener, uit: “We hebben een groep van 8 tot 10 vaste dagcoördinatoren, die de gidsen aansturen. Zij hebben allemaal een bhv-opleiding gevolgd en kennen elk detail van de toren. Bezoekers worden alleen in begeleide groepen met een gids in de toren gelaten, met een maximum van veertig personen. Dat houdt het voor ons beheersbaar. De gidsen kunnen direct handelen bij een noodsituatie, bijvoorbeeld bij een ongeluk, en geven aanwijzingen als het brandalarm afgaat.”

Voordat gidsen in de Domtoren zelfstandig aan de slag mogen om groepen bezoekers te begeleiden, moeten zij het noodplan met alle procedures voor uiteenlopende noodsituaties uit hun hoofd kennen.

Twee oefeningen per jaar

Ferike Janse: “Twee keer per jaar houden we een ontruimingsoefening, waarbij soms ook figuranten worden ingezet. We streven ernaar om een van de oefeningen met een externe partner te houden. De ene keer de politie, een andere keer de brandweer of ambulancedienst. Nu kwamen, na de afronding van de restauratie, twee lijnen mooi bij elkaar. Wij zagen de oplevering als een natuurlijk moment voor een grotere scenario-oefening, terwijl de Veiligheidsregio Utrecht ook graag bij ons wilde oefenen. Daarop hebben we gezamenlijk een oefenscenario met de nodige uitdagingen voorbereid.”

Voor het vervoeren van een gewonde bezoeker werd veel creativiteit gevraagd van de hulpverleners.

Complex object

Oefenleider Emma Treep van de Veiligheidsregio Utrecht legt uit hoe de gezamenlijke oefening in de Domtoren past in het oefenprogramma voor de Utrechtse brandweerposten: “In het kader van het vakbekwaamheidsprogramma organiseren we voor alle beroepsbrandweerposten in Utrecht en Amersfoort jaarlijks vaste oefenweken en daarnaast organiseren de posten zelf postgebonden oefeningen, rond specifieke objecten met de specifieke risico’s in hun verzorgingsgebied. Het thema voor die postgebonden oefeningen was dit jaar het cluster complexe objecten in de binnenstad.”

Die typering is op de Domtoren zeker van toepassing, want het is een hoog gebouw dat vanaf de buitenzijde maar zeer beperkt toegankelijk is. Is er een incident in de toren, brand of een medisch noodgeval waarbij iemand liggend naar beneden moet worden gebracht, dan komt daar in zo’n hoog bouwwerk met maar één smalle wenteltrap heel wat bij kijken.

Emma Treep: “Onze mensen moeten met hun uitrukkleding, ademlucht en materialen lopend die hoogte overbruggen, en ook het naar beneden transporteren van een gewonde of onwel geworden persoon kost veel inspanning en tijd. Daarom was het heel leerzaam voor ons om samen met de bhv-organisatie een scenario te kunnen oefenen. Zo vaak krijgen we die kans niet.”

Schuilen boven de brand

De complexiteit en de beperkte toegankelijkheid tot de hogere delen van de toren is volgens exploitatiemanager Teun Bonenkamp de reden waarom in overleg met de brandweer is besloten de in de toren aanwezige groep bezoekers niet naar beneden te leiden, maar juist naar boven.

Bonenkamp: “De brandweer moet met haar mensen en materialen naar boven via dezelfde weg die wij als ontruimingsroute voor bezoekers gebruiken. Die twee processen mogen elkaar niet in de weg zitten. Daarom hebben we in het noodplan voor de Domtoren de optie om mensen in geval van een brand niet via de trap langs de brandhaard naar beneden te evacueren, maar juist naar boven. Onze voorkeur is natuurlijk om mensen wel zo snel mogelijk naar de begane grond te leiden, maar in het onverhoopte geval van rook in het trappenhuis kan dat niet.”

“We hebben op de omlopen op 70 en 95 meter hoogte voldoende ruimte om een groep van veertig mensen veilig te laten verblijven. Dat geeft de brandweer de tijd en ruimte om de brand onder controle te brengen. Als de brand onder controle is en de trap weer rookvrij is, kunnen ze alsnog naar beneden. Dat scenario hebben we in dit geval geoefend en dat ging goed.”

Hoe kom je snel uit de rook vandaan?

Ferike Janse vult aan dat de begeleider van een bezoekersgroep wel sterk in zijn of haar schoenen moet staan, om te bereiken dat iedereen in de groep gehoor geeft aan de opdracht, die paradoxaal kan klinken. Tijdens de reguliere bhv-oefenmomenten wordt aan dit aspect van communicatie bij ontruiming ook aandacht besteed.

Welke bhv-middelen zijn er?

Dankzij de aanwezige rookdetectie en de sprinklerinstallatie is de kans op een grotere brand in de Domtoren zeer beperkt, maar het noodplan voorziet ook in andere scenario’s, waarbij ontruiming of ingrijpen van bhv’ers nodig is. Zoals in situaties met extreem weer (storm, onweer), maar ook onwelwordingen of ongevallen.

In de Domtoren zijn vijf niveaus met publieksruimten, waarvan de Michaëlskapel op 11 meter hoogte de grootste is. Deze ruimte wordt soms gebruikt voor evenementen, zoals concerten of recepties, met een capaciteit van maximaal 150 personen en is via brede trappen nog relatief goed toegankelijk. Hoger gelegen ruimten zijn de klokkenzolder met 14 luidklokken op 49 meter hoogte, de technische ruimte en het carillon op 70 meter. Op 95 meter bevindt zich de hoogste omloop met een prachtig uitzicht op de Domstad en wijde omtrek.

Op elk van de vijf ‘publieksniveaus’ zijn een brandweeraansluiting, slanghaspel en eerstehulpset aanwezig. Op een strategische plek in de toren, op 25 meter hoogte, hangt bovendien een AED. Een Evac Chair voor het verplaatsen van een niet-mobiele patiënt bevindt zich in de genoemde Michaëlskapel. Op grotere hoogte heeft een Evac Chair of een sleepmatras volgens Teun Bonenkamp geen zin, omdat de smalle stenen wenteltrap ongeschikt is voor het gebruik van dergelijke hulpmiddelen.

Dagcoördinator Ferike Janse en exploitatiemanager Teun Bonenkamp met AED in de Michaëlskapel.

“Dan wordt verplaatsing een kwestie van creatief handwerk. In zo’n geval zullen we ook altijd de brandweer inschakelen, om over voldoende helpende handen te kunnen beschikken. Heel zinvol en leerzaam dat we ook dit scenario nu een keer hebben kunnen oefenen.”

Reageer op dit artikel