Van stabiele zijligging tot paniekaanval: de nieuwe EHBO-richtlijnen

Nieuwe planten en insecten, maar ook voortschrijdende wetenschappelijke inzichten. Eén keer in de vijf jaar worden de Nederlandse Richtlijnen Eerste Hulp herzien. Wat zijn de voornaamste veranderingen voor de versie van 2026?

Even zag het er slecht uit voor de man. Bij het koffiezetapparaat zakte hij in elkaar en reageerde nergens meer op. Maar hij had nog ademhaling, tot grote opluchting van de aangesnelde bhv’ers. Die wisten ook precies wat hun volgende stap zou zijn. Een slachtoffer dat nog ademhaalt, leg je in de stabiele zijligging. Zo hoort het toch?

Nou, toch niet. Of: niet meer. Luister naar Vincent Jager, opleidingskundig adviseur bij NIBHV. “Die stabiele zijligging, daar werd in de training altijd heel veel nadruk op gelegd. Van de 2,5 uur was je er toch vaak een kwartier of langer mee bezig. Daardoor vallen bhv’ers in stresssituaties er vaak automatisch op terug, en dat is lang niet altijd positief. Mensen gingen bijvoorbeeld de stabiele zijligging toepassen in plaats van een reanimatie op te starten. Of ze hadden niet op tijd in de gaten dat de ademhaling bij het slachtoffer weer was gestopt, en dat het slachtoffer dus gereanimeerd moest worden.”

Vincent Jager, opleidingskundig adviseur bij NIBHV.

Hoofdkantel-kinliftmethode

Daarom is dit een van de punten in de nieuwe Nederlandse Richtlijnen Eerste Hulp. “Dit jaar hebben de European Resuscitation Council en de Nederlandse Reanimatie Raad besloten dat het slachtoffer in zulke gevallen op z’n rug blijft liggen”, zegt Jager.

“De hulpverleners passen dan een andere bekende methode toe: de hoofdkantel-kinliftmethode. Daarbij leg je een van je handen op het voorhoofd en de andere met twee vingers onder de kin. Zo breng je het hoofd lichtjes achterover en ondertussen lift je de kin omhoog, zodat de luchtweg vrijkomt. Op die manier ben je continu aan het kijken, voelen en luisteren. Daardoor heb je eerder door dat iemand niet meer ademt. Ja, die techniek bestond al langer, maar nu wordt hij dus standaard toegepast, in plaats van de stabiele zijligging.”

Wanneer wel stabiele zijligging?

Maar standaard wil niet zeggen: altijd. Want soms is die stabiele zijligging volgens Jager wel de aangewezen methode. “Er zijn situaties dat je het slachtoffer alleen moet laten. Bijvoorbeeld omdat er sprake is van meerdere gewonden, of als je verbandmateriaal uit de eerstehulpkoffer moet pakken. En natuurlijk kan het ook gebeuren dat iemand een enorme wond heeft aan een been. Dan moet je tijdelijk je handen vrij hebben om levensbedreigend bloedverlies tegen te gaan. In zulke gevallen is die stabiele zijligging nog steeds heel nuttig.”

Gevolgen veranderend klimaat

Hierboven ging het om een wijziging die is gebaseerd op voortschrijdend inzicht. Maar volgens Jager zijn er ook aanpassingen gedaan vanwege veranderende omstandigheden. “Ook bij eerste hulp moeten we rekening houden met het veranderende klimaat. Dat zie je de laatste tijd bijvoorbeeld bij marathons. Opeens zijn er veel meer deelnemers die ten prooi vallen aan oververhittingsverschijnselen. In de meeste gevallen gaat het om mensen met een goede conditie, maar een hoge temperatuur gecombineerd met een hoge luchtvochtigheidsgraad zorgt ervoor dat je je warmte niet kwijt kunt. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor de eerste hulp.”

En de opwarming van de aarde zorgt volgens hem voor nog meer problemen. “We krijgen in Nederland te maken met allerlei nieuwe soorten insecten, bijvoorbeeld de Afrikaanse hoornaar en de tijgermug. Die laatste komen vaak mee met autobanden, want daar blijft altijd een laagje water in staan. Ideaal voor die muggen om zich te vermenigvuldigen, zeker als je een tijd geen strenge winter hebt gehad. En vergeet niet: soms komt het gevaar ook van nog niet als gevaarlijk erkende planten, bijvoorbeeld de gevlekte scheerling en de berenklauw, die je af en toe ziet aan de kant van de weg. Die zijn buitengewoon giftig en veroorzaken hevige huidirritaties.”

Richtlijnen

De Nederlandse Richtlijnen Eerste Hulp worden iedere vijf jaar herzien door het Oranje Kruis, het Rode Kruis, de Nederlandse Reanimatie Raad en het NIBHV. Daarbij kijken de partijen naar de nieuwste ontwikkelingen en raadplegen ze uitgebreid specialisten. Dat gaat bijvoorbeeld om de Stichting Veldnorm Evenementenzorg, de organisatie van Stop de Bloeding – Red een leven, en het Nederlands Huisartsen Genootschap. Bovendien schuift er een arts aan van de Nederlandse Vereniging voor Spoedeisende Hulp-Artsen om te helpen bepalen wat plaatselijk het beste past.

Een vijfjarige cyclus dus, maar daarvan kan worden afgeweken als er een urgente aanleiding is. Bijvoorbeeld een acute nieuwe dreiging die leidt tot onnodige gewonden of sterfgevallen of, zoals recent is gebeurd, wanneer de teksten kunnen worden aangescherpt om het zorgsysteem minder te belasten. In dat geval worden de richtlijnen vervroegd bijgesteld.

Ook richtlijnen reanimatie aangepast

Reanimatie komt voor een belangrijk deel neer op keuzes maken. Wanneer bel je bijvoorbeeld 112, en wanneer maak je gebruik van een AED? Ook op deze gebieden zijn de richtlijnen in 2026 aangepast.

“Eerst was het voorschrift: pak direct de AED als die in de buurt is”, vertelt Jager. “Nu zegt men expliciet: ‘als die binnen 1 minuut is te halen’. En wat 112 betreft: daarin was ons land eigenwijs ten opzichte van Europa. In de landen om ons heen belden ze pas de alarmdienst nadat ze de ademhaling volledig hadden gecontroleerd, maar wij deden dat al zodra we hadden vastgesteld dat iemand niet reageerde op aanspreken en schudden. Blijkbaar was dat geen slecht idee, want in bijna 25 procent van de gevallen heeft onze reanimatie een positieve afloop: iemand komt lopend het ziekenhuis uit. In Europa zitten we daarmee in de top. Misschien is dat een van de redenen dat heel Europa het beleid nu heeft aangepast en in lijn handelt met ons kikkerlandje.”

Een keer in de vijf jaar veranderen de richtlijnen.

Richtlijnen beademen

Nog een verschil tussen de oude en de nieuwe richtlijnen: de tijd voor het beademen. “Tot vorig jaar was de verhouding: 30 borstcompressies op twee beademingen, en de tijd voor het beademen stond op maximaal 10 seconden”, legt Jager uit. “Dat hebben ze nu aangescherpt naar een streven van maximaal 5 seconden. Nog een verschil: voorheen haalde je iemand altijd eerst van het bed af en legde je hem op een harde ondergrond. Nu zeggen de reanimatierichtlijnen: alleen als dat niet veel tijd in beslag neemt. Anders reanimeer je gewoon op het bed, hoewel dat dan wat meeveert met de borstcompressies.”

Mentale hulpverlening

De richtlijnen van 2026 bevatten ook iets heel nieuws: mentale hulpverlening. “Af en toe krijg je als hulpverlener te maken met iemand met een paniekaanval”, zegt Jager. “En het lastige is: die is soms moeilijk te onderscheiden van een hartaanval. In beide gevallen is er meestal sprake van pijn op de borst en een drukkend of beklemd gevoel. Soms kom je erachter door het slachtoffer af te leiden: als de klachten dan minder worden, is het waarschijnlijk een paniekaanval. Maar als bhv’er ga je geen diagnose stellen, want je bent geen behandelaar. Het belangrijkst is om te herkennen wat er speelt, en om te weten welke zorgprofessional je moet inschakelen. Bel in twijfelgevallen gewoon 112. Dat is altijd het veiligst.”

:

Leave a comment