Skip to content Skip to footer

PI Krimpen aan den IJssel: Bedrijfshulpverlening ‘achter gesloten deuren’

Er zullen nauwelijks andere bedrijfstakken zijn waar de bedrijfshulpverleningscapaciteit zo ruim bemeten is als het gevangeniswezen. Maar dat heeft een reden: gedetineerden die achter slot en grendel zitten, zijn bij incidenten zoals brand met ontruiming, volledig aangewezen op het snel en adequaat handelen van de bhv-organisatie. Maar ook voor het personeel kan een grondig getrainde bhv-organisatie letterlijk verschil maken tussen leven en dood, zo ondervonden de medewerkers van de Penitentiaire Inrichting (PI) Krimpen aan den IJssel.

De PI Krimpen aan den IJssel is een van de 25 gevangenissen in Nederland. In het robuuste gebouw aan de oever van de Hollandsche IJssel verblijven circa 450 gedetineerden. Gastvrij oogt de entree niet bepaald, met zijn hoge muren, beveiligde stalen toegangspoorten en hermetisch gesloten deuren. Het is dan ook geen plaats waar je moet willen zijn; tenminste niet als ‘bewoner’ voor kortere of langere tijd. Maar áls je er terechtkomt, toevertrouwd aan de ‘zorg van de overheid’, moet je er wel op kunnen vertrouwen dat er ook in noodsituaties voor je wordt gezorgd. En dat levert voor de bhv-organisatie specifieke uitdagingen op in een instituut waar de gebouwinrichting volledig is ontworpen om de bewoners binnen te houden.

Beveiliger is óók bhv’er

“Het garanderen van een snelle en adequate bhv-inzet is de grondslag voor onze personele bezetting in de avond en nacht”, legt directeur Frank de Graaf van PI Krimpen aan den IJssel uit. “Overdag zijn er in het gevangeniscomplex zo’n 750 mensen aanwezig. Dan is er veel bedrijvigheid, voeren de gedetineerden allerlei werkzaamheden uit en zijn er sport en andere activiteiten, onder begeleiding van een grote medewerkerspool. Maar ’s avonds en ’s nachts is het beeld compleet anders. Na vijf uur zitten alle gedetineerden op hun cel en dan zijn de complexbeveiligers de enige medewerkers die nog aanwezig zijn.”

Frank de Graaf: “Werken in een gevangenis schept een sterke band tussen de medewerkers.”

“Bij hen is de bhv-taak belegd”, vervolgt De Graaf. “Elke complexbeveiliger die bij ons in dienst treedt, krijgt direct een verplichte opleiding tot bhv’er. We hebben 120 opgeleide bedrijfshulpverleners, waarvan 40 ploegleiders. De nachtelijke bezetting is groter dan strikt noodzakelijk voor de beveiliging, met als enige reden dat we in geval van brand of een andere acute noodsituatie een snelle bhv-inzet en ontruiming kunnen waarborgen. Want in een noodsituatie zijn onze bewoners voor hun veiligheid exclusief op het snel handelen van de bhv’ers aangewezen; ze kunnen immers niet zichzelf in veiligheid brengen.”

Celbrand

Brand is in een gevangenis met ingesloten gedetineerden een noodsituatie waarbij een snelle respons er echt toe doet. Een scenario dat volgens Frank de Graaf zeer weinig voorkomt, in relatie tot andere typen bhv-inzetten. De Graaf maakte er, sinds hij als directeur aantrad bij de PI in Krimpen, twee mee. Kleine brandjes, zonder gewonden, die door snel optreden van zijn bhv-organisatie in de kiem werden gesmoord. Maar het kán ook ernstiger uitpakken, want in 2018 kwam in het complex in Krimpen een gedetineerde om het leven bij een celbrand.

Frank de Graaf sprak over dat incident toen hij als gast aanschoof bij de podcast Napleiten van misdaadjournalist Wouter Laumans en strafrechtadvocaat Christian Flokstra op BNR Nieuwsradio; een reeks uitzendingen over bijzondere strafzaken. Hij benoemde de grote impact die het incident had op de medewerkers, die alles deden wat zij konden om de gedetineerde in kwestie te redden. De bhv’ers traden weliswaar snel en adequaat op, maar slaagden er tot tweemaal toe niet in de gedetineerde ‘uit zijn cel te praten’, waarna hij door verstikking als gevolg van de rook omkwam.

De Graaf: “De brandweer was er snel, bluste de brand en haalde de persoon uit de cel. Daarna hebben onze bhv’ers de reanimatie op zich genomen, maar helaas tevergeefs. Het incident heeft ons diep geraakt en laat ook zien dat bedrijfshulpverleners bij brand beperkte mogelijkheden hebben. Onze bhv’ers dragen geen ademlucht en kunnen dus niet zelf een brandende cel in. Het protocol schrijft dan voor dat we de deur openen en de gedetineerde proberen te overtuigen om zelf naar buiten te komen. Ondertussen ontruimen we de omliggende cellen en brengen de gedetineerden in veiligheid. Cruciaal daarbij is dat de deur van de brandende cel zo kort mogelijk open blijft, om te voorkomen dat de cellengang onbruikbaar wordt als vluchtweg. Je moet dan soms moeilijke keuzes maken…”

Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel.

Rust bewaren bij ontruimingen

Bij zo’n ontruiming is van belang dat de rust gewaarborgd blijft en dat gevangenen in de commotie geen gelegenheid krijgen te ontsnappen of anderszins problemen te veroorzaken. Ook het optreden van externe hulpdiensten, zoals brandweer en ambulancedienst, is aan speciale procedures gebonden: “Geen enkele hulpverlener kan zelfstandig optreden zonder toezicht en begeleiding van onze complexbeveiligers. We willen continu zicht hebben op wie waar is en moeten waarborgen dat externe hulpverleners veilig hun werk kunnen doen.”

Qua brandveiligheid is er volgens De Graaf veel verbeterd als gevolg van het onderzoeksrapport na de fatale brand in het cellencomplex op Schiphol in 2005. “De bouwkundige en technische brandveiligheid in cellengebouwen kreeg na dat vreselijke incident een enorme upgrade, met verbouwingen, meer compartimentering en brandveilige materialen. Ook de eisen aan de paraatheid en training van de bedrijfshulpverlening werden aanzienlijk aangescherpt. De nasleep van de Schipholbrand is de hoofdreden voor onze zware bhv-bezetting in de nachtelijke uren in gevangenissen vandaag de dag.”

Levensreddende handelingen

Brand blijkt in de praktijk bij lange na niet het belangrijkste incident waarmee bhv’ers in het gevangeniswezen te maken krijgen. “Verreweg de meeste incidenten spelen zich af in het domein eerstehulpverlening”, vervolgt De Graaf. “Kleine verwondingen bij werkzaamheden, onwelwordingen, allerlei zaken die zich ook in de buitenwereld in huis en op het werk afspelen. Maar soms ook ernstiger zaken, zoals gedetineerden die zichzelf iets aandoen. Het zijn mensen die vol frustratie kunnen zitten, of die in hun aard gewelddadig zijn en die onvoorspelbare dingen kunnen doen. Dat maakt bedrijfshulpverlening in dit bijzondere instituut toch wezenlijk anders dan de bhv-praktijk in een doorsnee kantoor- of productieomgeving.”

Reanimatie eigen medewerkers

Uiteraard is de bhv-organisatie er ook voor de eigen medewerkers van de PI. Onlangs had een van hen zijn leven te danken aan het snelle optreden van de interne bhv-organisatie; een collega die door een acute hartstilstand werd getroffen. “De reanimatie slaagde en laat zien dat een toegewijd en paraat bhv-team met kennis van zaken er echt toe doet en levens kan redden.”

“We staan wel voor de uitdaging om dat hoge paraatheids- en kennisniveau te handhaven”, gaat De Graaf verder. “De ambities wat betreft ‘responsible care’ voor onze bijzondere bewonersgroep zijn hoog, maar de realiteit is dat het gevangeniswezen al jaren onder grote druk staat. De werkdruk is hoog en er zijn veel vacatures. Momenteel stromen er wel weer meer jonge mensen in om ons te versterken, ook als complexbeveiligers, die dan zo snel mogelijk op het vereiste kennis- en vaardigheidsniveau moeten worden gebracht voor hun bhv-taakstelling. Dat is een permanente uitdaging.”

Bijzondere populatie

Reflecterend op de ervaringen en het optreden van de bhv-organisatie in zijn afgelopen drie dienstjaren als directeur van de PI Krimpen aan den IJssel, is Frank de Graaf vooral trots. Want ondanks de hoge werkdruk en de impact die incidenten soms hebben op de bhv’ers, staat de bhv-organisatie er wel, als schakel in het geheel van functies, wat binnen de gevangenismuren de orde, de veiligheid en het welzijn van bewoners en medewerkers moet waarborgen.

De aard van het werken in een PI met zijn bijzondere bewonerspopulatie, schept volgens De Graaf ook een speciale band tussen de medewerkers. “De mensen die binnen deze muren hun werk doen weten dat ze, ook voor hun eigen veiligheid, van elkaar afhankelijk zijn en op elkaar moeten kunnen vertrouwen in situaties als een gewelddadige gedetineerde, een vechtpartij, een medische noodsituatie. Dan hebben ze elkaar nodig en dat schept een band, een grote mate van loyaliteit en saamhorigheid. Als ik zie hoe al die mensen dagelijks hun werk doen en ook samen als team een noodsituatie aankunnen, voel ik wel een zekere trots én een groot vertrouwen.”

‘Bajespraat’

Veel van wat binnen de muren van een gevangenis gebeurt, blijft voor de buitenwereld verborgen. Maar de Dienst Justitiële Inrichtingen zet met enige regelmaat ook ‘de deuren open’ en zendt een eigen podcast uit: Bajespraat. Ook de PI Krimpen aan den IJssel werkt daaraan mee.

Frank de Graaf legt uit waarom: “We maken deze podcastreeks omdat we vanuit onze bijzondere expertise best veel te vertellen hebben. Burgers hebben vaak een mening over het strafrecht en gevangenissen en willen weten hoe het er daar aan toe gaat. Is een gevangenis echt een ‘luilekkerland’ waar veroordeelde criminelen zich in een luxe hotel wanen? Absoluut niet! De podcast biedt ons de gelegenheid te vertellen hoe het er echt aan toe gaat, maar ook voor welke moeilijke situaties we in de praktijk soms komen te staan en wat het werken in een gevangenis vraagt van medewerkers. Inmiddels zijn er al zeven delen gemaakt.”

Leave a comment