Van een stroomstoring in het Slotervaart Ziekenhuis tot een bijna-ramp bij een gemaal in IJmuiden: rampen komen vaak sneller dan we denken. Ot van Daalen, auteur van het boek ‘Voorbereid’, vertelt hoe bedrijven en burgers zich hierop kunnen voorbereiden.
We gaan terug naar de jaren 80 van de 20e eeuw. Toen deden ze bij de Universiteit van Amsterdam iets bijzonders: ze groeven een bunker. “Heel groot was die niet”, vertelt jurist Ot van Daalen. “In totaal pasten er iets van 200 mensen in, en die moesten allemaal wel een beetje inschikken. Het mooie was: als de bom zou vallen, werden die mensen willekeurig geselecteerd; ze werden gewoon van straat geplukt. En eenmaal in die bunker, lag er een schema klaar: wie moest staan en wie mocht zitten of liggen. De voorraad voedsel en water was maar genoeg voor vier dagen. Daarna moest iedereen gewoon weer de straat op.”
Van Daalen is hierin geïnteresseerd omdat hij docent is bij de faculteit rechtsgeleerdheid van diezelfde Universiteit van Amsterdam. Hij is echter ook de auteur van het boek Voorbereid, en daarin heeft hij uitgebreid onderzoek gedaan naar de mogelijke rampen die ons bedreigen. Dan gaat het niet direct om een kernoorlog, maar om cyberaanvallen, pandemieën, stroomstoringen, waterbommen door extreme regenval, of – als die regen juist uitblijft – extreme hitte en bosbranden.
Risico’s door klimaatverandering
Volgens Van Daalen is het risico op dit soort rampen de laatste jaren toegenomen. “Natuurlijk, als je kijkt naar de laatste 10.000 jaar is ons leven continu beter geworden, maar aan de andere kant… in 2024 waren er wereldwijd meer conflicten dan in de afgelopen 35 jaar. Bovendien lijkt klimaatverandering waarschijnlijk te leiden tot meer droogte en extremere regenval. Herinner je je nog die overstromingen in Limburg? Rijkswaterstaat heeft verklaard dat ze zulke hoeveelheden water simpelweg niet weg kunnen pompen, ook niet in bijvoorbeeld Amsterdam.”

En nu we het toch hebben over Amsterdam en water: in 2023 gingen we door het oog van de naald. “Het waterschap in IJmuiden zorgt ervoor dat het waterpeil in de omgeving niet te hoog oploopt”, vertelt Van Daalen. “En als dat wel dreigt te gebeuren, klinken er in de meldkamer allemaal alarmbellen. Maar de medewerkers daar vonden die geluiden maar irritant en hebben die alarmen afgezet. Toen het misging, bleek dat het bijna ongemerkt helemaal fout dreigde te gaan. Het was dat een medewerker op zijn vrije ochtend de waterstand checkte op zijn telefoon. Anders was dit heel anders afgelopen.”
Stroomstoringen
Overstromingen zijn gevaarlijk, maar de grootste zorg van Van Daalen is een massale stroomstoring. “Als je dat een keer hebt meegemaakt, weet je dat je volkomen van elektriciteit afhankelijk bent. Bij een storing werkt echt niets meer: geen licht, geen computers, geen gas en dus geen verwarming. Zelfs internet en het betalingssysteem vallen weg.”
“Wat het extra spannend maakt, is dat bij zo’n storing ook het functioneren van de hulpdiensten niet meer vanzelfsprekend is. Hun communicatie verloopt via P2000 en C2000, en die systemen beschikken over een beperkte batterijcapaciteit die na zo’n 5 tot 6 uur op is. Dan moet je maar hopen dat ze generatoren kunnen aansluiten en dat die het doen.”
Tips voor bedrijven
Daarmee zijn we gelijk bij de eerste tip aan bedrijven: zorg dat je de noodvoorzieningen regelmatig checkt. “Dat zie je bijvoorbeeld bij ziekenhuizen. Als je in het verleden een black-out had, bleven die over het algemeen wel werken, maar het gaat niet altijd goed. Kijk naar het Slotervaartziekenhuis: dat werd in 2017 geconfronteerd met een stroomstoring en toen had de generator aan moeten slaan. Helaas werkte die op gas en dat gasnetwerk was ook uitgevallen. Uiteindelijk ging dat weer aan, maar met zo’n harde klap dat het ventieltje in de generator kapotging, waardoor alles alsnog stil viel. Uiteindelijk moesten alle kwetsbare mensen uit dat Slotervaartziekenhuis worden geëvacueerd.”
“Iets dergelijks zag je bij de overstromingen in New York. Een datacentrum had de noodgenerator op het dak staan, maar de opslag van diesel zat in de kelder. Die kelder was ondergelopen, waardoor de generator niet kon worden bijgevuld.”
Testen is dus belangrijk en daarbij moet je je fantasie gebruiken. “Natuurlijk hoef je niet je kelder te laten onderlopen, maar je kunt wel scenario’s bedenken over wat er allemaal mis kan gaan. Dan krijg je zo’n kapot ventieltje of een ondergelopen dieselopslag hopelijk op je netvlies. Bovendien kom je zo op het spoor van hele banale onvolkomenheden. Bijvoorbeeld dat de diesel te oud is of dat de tank maar voor 20 procent vol is.”
Rol van de werkgever
Wat moeten bedrijven doen als zo’n massale stroomstoring zich inderdaad voordoet? Volgens Van Daalen hangt dat af van het soort bedrijf. “Organisaties als banken, ziekenhuizen en waterleidingbedrijven behoren natuurlijk tot de vitale infrastructuur. Daar zijn veel zaken gereguleerd. Andere bedrijven, zoals uitgeverijen, adviesbureaus en koffietentjes, moeten zichzelf afvragen hoe belangrijk ze het vinden dat de schoorsteen blijft roken. Als dat inderdaad de hoogste prioriteit is, is het essentieel om genoeg batterijen en generatoren als back-up in huis te hebben. Let wel, dat is een kostbare grap, maar daar kun je dan een paar uur of zelfs een paar dagen mee verder.”
Van Daalen denkt echter dat de meeste organisaties andere prioriteiten hebben. “Die willen ervoor zorgen dat de medewerkers veilig weer thuis kunnen komen. Omdat veel van het openbaar vervoer niet zal rijden, is het misschien een idee om een carpoolsysteem in te stellen. En zorg dat er een soort ‘skeleton crew’ is die de zaak op kantoor nog draaiende houdt. Ik geloof in zelfredzaamheid en denk niet dat het de plicht van de werkgever is om te zorgen voor grote hoeveelheden voedsel en drinkwater. Alhoewel, vergeleken met batterijen of een noodaggregaat is dat een heel goedkope maatregel.”
Wel of geen bunkers?
Tot slot keren we terug naar het voorbeeld waarmee we begonnen: de bunkers onder de Universiteit van Amsterdam. Wat als de bom toch zou vallen? Dan beschikken landen als Finland en Zwitserland over voldoende bunkers om de gehele bevolking onder te brengen. “Helaas”, zegt Van Daalen, “Nederland heeft die niet. Tijdens de Koude Oorlog zijn er tientallen gebouwd, maar rond 1984 zijn we daarmee gestopt. We leven in een drassig land en die bunkers waterdicht houden, is een dure grap. Of je als medewerker van de UvA in aanmerking komt voor een plaats in de UvA-bunker? Die bunker was symboolpolitiek; die was helemaal niet bedoeld om mensen echt te redden. Laten we in plaats daarvan zorgen dat we die bunkers niet nodig hebben.”