Skip to content Skip to footer

Michel Braam: ‘Bedrijfshulpverlening en brandweer moeten naadloos op elkaar aansluiten’

De brandweer is bij incidenten in bedrijven en instellingen sterk afhankelijk van goed getrainde en daadkrachtige bedrijfshulpverleners. “Een goede bhv-organisatie kan levens helpen redden”, stelt Michel Braam, hoger veiligheidskundige en voorzitter van het netwerk arbeidsveiligheid van Brandweer Nederland.

Risicogericht veiligheidsbeleid en risicogestuurde hulpverlening zijn niet toevallig twee sleutelwoorden die regelmatig terugkomen in het gesprek met Michel Braam. Hij kent als geen ander de ins and outs van de brandweer én de bedrijfshulpverleningswereld en het samenspel tussen die organisaties. Jarenlang stond hij zelf aan het hoofd van een bedrijfsnoodorganisatie in de industrie, waarna hij zijn carrière voortzette in overheidsdienst bij de brandweerkorpsen van Amsterdam-Amstelland en Gooi & Vechtstreek/Flevoland.

Via zijn studie Hogere Veiligheidskunde (HVK) specialiseerde hij zich in arbeidsveiligheid en zo verwierf hij ook het voorzitterschap van de werkgroep arbeidsveiligheid van Brandweer Nederland. Een sterke combi van kennis en ervaring in een domein waar veiligheid allesbepalend is. De veiligheid van brandweercollega’s die zich bij nacht en ontij in risicovolle situaties wagen om anderen te redden, maar ook de brandveiligheid in complexe zorg- en bedrijfsgebouwen. Want dat veiligheidsniveau is sterk bepalend voor wat de bedrijfshulpverlening én de brandweer wél kunnen en wat niet.

Kloof tussen theorie en praktijk

Om met dat laatste thema te beginnen: voor effectieve levensreddende hulp bij brand en andere noodsituaties, is het volgens Michel Braam essentieel dat bedrijfshulpverlening en brandweer in hun handelen naadloos op elkaar aansluiten en dat zij de juiste verwachtingen hebben van wat zij van zichzelf en van elkaar kunnen verwachten. Maar tussen theorie en praktijk gaapt op veel plaatsen nog wel een kloof, ziet Michel.

“Om een gebouw waar wordt gewoond of gewerkt intrinsiek veilig te maken, is het essentieel dat alle puzzelstukjes van veiligheid in elkaar vallen. Die veiligheid wordt bepaald door bouwkundige factoren, zoals compartimentering, materiaalgebruik en vluchtroutes, technische maatregelen zoals een brandmeld- en ontruimingsinstallatie en automatische blusinstallatie, maar ook door organisatorische componenten: een bedrijfshulpverleningsorganisatie.”

Wat gebeurt er echt?

“In de praktijk zien we als veiligheidsregio’s nog wel eens dat bedrijven wel sterk investeren in de bouwkundige en installatietechnische puzzelstukjes, maar dat die organisatiekant minder aandacht krijgt. Terwijl een bedrijfshulpverleningsorganisatie echt kan bijdragen aan het redden van levens, zeker in een zorg- of woonzorgomgeving met verminderd zelfredzame personen.”

“Bij brand is snelheid alles, dus moet je het hebben van goed getrainde bedrijfshulpverleners die al ín het gebouw aanwezig zijn en die snel en kordaat kunnen handelen. Het idee dat sommige bedrijven en instellingen hebben dat de brandweer toch wel komt om iedereen te redden, verdient stevige nuancering. Want de brandweer doet er minuten langer over om ter plaatse te komen en in een paar minuten kan er een hoop gebeuren. Maar ook bedrijfshulpverleners hebben hun beperkingen.”

Een risicogestuurde bhv-organisatie is voor de brandweer een essentieel houvast bij incidenten.

Voorbeelden uit de praktijk

Casuïstiek ondersteunt de woorden van Michel Braam. Hij noemt een recent voorbeeld in zijn eigen regio. Bij een brand in een verpleeghuis in Bussum overleden in december 2025 twee bewoners en een aantal anderen raakten gewond.

“Het was de trieste tol van een brand in een woonzorgappartement, ondanks het feit dat de bedrijfshulpverlening snel handelde en de brandweer zeer snel ter plaatse was. Het laat zien hoe snel een beginnende brand zich kan ontwikkelen tot een situatie waarin bewoners niet kunnen overleven en ook hoe beperkt het handelingsperspectief voor bedrijfshulpverleners feitelijk is. Want zij hebben geen persoonlijke beschermingsmiddelen waarmee zij in ruimten met rook kunnen optreden.”

“De kern van dit verhaal: veel mensen verkijken zich nog altijd op de snelheid waarmee vooral rook zich inpandig kan verspreiden en hebben onrealistische verwachtingen van wat een bhv-organisatie bij een ontwikkelende brand kan uitrichten.”

Zorg voor een brandveilig gebouw

Michel wijst op het belang van risicogestuurde veiligheid, zowel in het interne veiligheidsbeleid van bedrijven en instellingen als bij het brandweeroptreden. “Het risico wordt vooral bepaald door de categorie bewoners of gebruikers van een gebouw. In zorginstellingen met 24-uurszorg is de bewoners- of cliëntenpopulatie het kwetsbaarst, dus daar moet je de brandveiligheid echt aanmerkelijk steviger organiseren dan het wettelijk vereiste minimum. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat het gebouw zelf moet bijdragen aan het beperken van de effecten van de brand, zodat de bhv en brandweer meer tijd hebben om zoveel mogelijk mensen in veiligheid te brengen.”

“Brand- en rookcompartimentering voorkomt dat rook en hitte zich verspreiden naar andere ruimten, waarbij het vooral belangrijk is dat de vluchtwegen vrij van rook blijven, zodat via die route andere bewoners of patiënten veilig kunnen worden geëvacueerd. En een automatische blusinstallatie kan sterk bijdragen aan het klein houden of zelfs blussen van een beginnende brand. Zo ondersteunt het gebouw in feite de hulpverleningsorganisatie.”

… en een passende bhv-organisatie

Een stevig pleidooi van Michel Braam: de bhv-organisatie moet passend zijn voor het type gebouw en de zorgbehoefte van de bewoners of patiënten/cliënten. Hoe minder mensen zelf in staat zijn om zichzelf te redden, hoe ‘zwaarder’ de eisen aan de bhv-organisatie moeten zijn, in termen van capaciteit, paraatheid en getraindheid.

“De Arbowet schrijft voor dat bedrijven en instellingen een bhv-organisatie moeten hebben, maar de situatie is in elk type bedrijf of instelling anders, door de kenmerken van de bewonersgroep en de zorgprocessen. De bhv-organisatie moet op basis van een RI&E worden toegeschreven op die specifieke situatie, risicogericht dus. Wat niet betekent dat die bhv-organisatie ook elk scenario aan kan. Maar met de beschikbare capaciteit, kennis en vakbekwaamheid, kan een adequate bhv-organisatie wel veel doen en haar inzet concentreren op het redden en in veiligheid brengen van zoveel mogelijk mensen uit aangrenzende gebouwdelen. Dan moet je snel tactische beslissingen kunnen nemen: waar kunnen we met onze capaciteit het meeste doen?”

Samenwerking bhv en brandweer

Tevens is de bhv-organisatie een belangrijk ankerpunt voor de brandweer, als die arriveert om het redden en blussen voor haar rekening te nemen in gebouwdelen waar het voor bhv’ers niet meer verantwoord is om op te treden.

Michel Braam: “Als we als brandweer een melding krijgen van brand in een gebouw met verminderd zelfredzame bewoners, zijn voor ons twee dingen van belang. In de eerste plaats dat we weten hoe het gebouw in elkaar zit en of dat voldoende waarborgen biedt voor het beperken van rook- en vuurverspreiding, ten tweede dat wij weten of er een goed georganiseerde en getrainde bhv-organisatie is, die de ontruiming al in gang heeft gezet en die voor ons een cruciaal contactpunt is om ons te informeren over de status van de brand en de zwaartepunten qua redding waarop we ons moeten concentreren.”

Afsluitend: “Brandweer en bhv moeten naadloos op elkaar aansluiten en dat lukt niet als ze elkaar pas tijdens het incident voor het eerst ontmoeten. Dus moet je idealiter periodiek met elkaar oefenen en elkaar kennen. In die relatie aan de voorkant moeten we samen investeren.”

Leave a comment