Justin Brandon Bravo groeide letterlijk op tussen de brandblussers en de reanimatiepoppen. Hoewel een carrière in het familiebedrijf geen verplichting was, kroop het bloed waar het niet gaan kon. Tijdens zijn studie ontwikkelde hij zijn passie voor het geven van trainingen. Nu zet hij de traditie van BHV Zuid-Holland voort.
Ik las dat je een studie hebt gevolgd tot securitymanager…?
“Dat klopt. Tijdens die studie heb ik al verschillende trainingen georganiseerd bij diverse bedrijven, bijvoorbeeld over veiligheidsbewustzijn en toegangsbeveiliging. Zo heb ik bij de politie gesproken over afwijkend menselijk gedrag, en over hoe je dat kunt herkennen.”
Hoe ben je dan bhv-trainer geworden?
“Allereerst is er een duidelijke link tussen een bhv’er en een securitymanager: ze houden zich allebei bezig met brandveiligheid. Dus ik wist altijd al het een en ander over NEN- en ISO-normen. En het grappige is: ik was als kind al bezig met brandblussers en reanimatiepoppen. Mijn vader werkte bij de ambulancedienst, en mijn ouders hadden een bhv-trainingsbureau: BHV Zuid-Holland.”
Dus jij moest hen opvolgen?
“Nee, het was absoluut geen verplichting, maar ik vond het heel leuk om tijdens mijn studententijd trainingen te geven. En als je ouders dan een bhv-trainingsbureau hebben, denk je al gauw: waarom zou ik het niet eens proberen? Zo werden we ook echt een familiebedrijf. Vier jaar geleden ben ik gestart met de NIBHV-brandopleiding en de Oranje Kruis-opleiding voor EHBO, en zo werd ik bhv-instructeur.”

En hoeveel uur per week geef je nu training?
“Ik sta ongeveer twee dagen per week voor de klas, maar daarnaast doe ik heel veel zaken op de achtergrond. Wij geven al zo’n twintig jaar trainingen in Den Haag, en daarvoor hebben we een speciaal trainingscentrum ingericht met veel verschillende praktijkruimtes. Nu willen we ook zo’n centrum realiseren in Rotterdam, dus daar zijn we druk aan het opbouwen.”
Geven jullie de meeste trainingen dus op je eigen locatie?
“Ja. Natuurlijk willen sommige klanten ook wel eens een cursus op hun eigen vestiging, en dat doen we dan ook. Maar wij denken dat ons centrum perfect geschikt is voor de ideale bhv-training. Wij hebben bijvoorbeeld veel verschillende ruimtes om eerste hulp te verlenen of branden te blussen. Daarom kunnen we ook spelen met de omgevingsfactoren, zodat je je beter kunt focussen op de niet-technische vaardigheden, zoals samenwerken en communiceren met het slachtoffer. We doen er alles aan om onze trainingen en scenario’s zo echt mogelijk te laten aanvoelen.”
Hoe doen jullie dat precies?
“Bij brand hebben we een echt alarm dat afgaat, we hebben telefoons waarmee je 112 kunt bellen en natuurlijk kunnen we een ruimte vol rook zetten. Bij EHBO-trainingen werken we met een lotus die tijdens een reanimatie echt tegenspel kan bieden. En natuurlijk kunnen de cursisten oefenen met een AED die ze in de praktijk ook zullen tegenkomen. Ik moet toegeven: helemaal realistisch krijg je het natuurlijk nooit, want je kunt zo’n ruimte niet werkelijk in brand steken. Bovendien kun je aan de rook wel zien dat die niet echt is, en als je 112 belt, krijg je uiteraard gewoon de instructeur aan de lijn. Maar toch kun je op deze manier de werkelijkheid zo dicht mogelijk benaderen.”
Een scenario moet dus zo echt mogelijk zijn. Stellen jullie verder nog eisen?
“Daarnaast is het belangrijk dat je als instructeur niet te veel hoeft te sturen. Als cursisten straks in hun eigen organisatie worden geconfronteerd met een incident, ben ik niet aanwezig om instructies te geven. Dus doe ik dat bij zo’n training ook niet. Als de cursisten tijdens een training een ruimte binnengaan, krijgen ze vanzelf alle informatie die ze nodig hebben. Niemand hoeft hun uit te leggen dat de kamer vol rook staat of dat de melding uit het kantoor kwam. Die rook kunnen ze zien, en die melding kunnen ze terugvinden op de brandmeldcentrale of op de nevenindicator op de gang.”
Je geeft dus twee dagen in de week training. Wat vind je daar het leukst aan?
“Allereerst is het natuurlijk boeiend dat je met zoveel verschillende mensen in contact komt en dat je met hen kunt praten over hun dagelijkse praktijk. Het is geweldig als je hun een leuke en leerzame dag kunt geven, maar daarnaast vind ik het ook mooi dat je er zelf veel van leert. Ik verzin bijvoorbeeld regelmatig nieuwe manieren om de stof te behandelen in de vorm van opdrachten. Dan kun je mensen lekker actief in groepjes laten werken. Een onderwerp dat de laatste tijd veel in de belangstelling staat, is hartklachten bij vrouwen. Het blijkt dat die klachten soms tot heel andere symptomen leiden dan bij mannen.”
Wat we vaak horen, is dat mensen of gespecialiseerd zijn in brandveiligheid of EHBO. Hoe zit dat bij jou?
Dat zie je inderdaad bij onze instructeurs: die hebben allemaal hun specialisme. Sommigen van hen werken bijvoorbeeld bij de brandweer, en anderen, zoals mijn vader, rijden op een ambulance. Ik geef zelf meer EHBO-trainingen, maar een cursus brandveiligheid kan ik ook geven. Dat is natuurlijk ook goed voor de continuïteit. Mocht er een instructeur uitvallen, dan kan ik die training zelf gemakkelijk overnemen.”
Hoeveel instructeurs zijn er bij jullie in dienst?
“In totaal werken er bij ons zo’n zes mensen met een vast contract, maar daarnaast beschikken we over een heel netwerk van freelancers. Nee, we werken niet met een vast programma. Natuurlijk is het heel belangrijk dat iedereen voldoet aan de competenties en dat de verplichte onderdelen aan bod komen. Maar hoe je dat precies vorm geeft, daarin is iedere instructeur voor een belangrijk deel vrij.”
Tot slot, hoe ervaar je het contact met het NIBHV?
“Ik zie die organisatie als een goede partner. Wat ik vooral waardeer, is dat de lesstof en de kennisdocumenten vaak gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek. Enerzijds geven ze de instructeurs voldoende vrijheid om hun lessen zo goed mogelijk te organiseren, maar aan de andere kant bieden ze kaders om hen te helpen op basis van dat onderzoek. Dat zie je bijvoorbeeld op het gebied van brand en ontruiming; daar hebben zij duidelijke richtlijnen voor vastgesteld.”