Skip to content Skip to footer

Eerste hulp aan mens én kunst

Natuurlijk, de gemiddelde bhv-organisatie heeft een zware verantwoordelijkheid. Maar bij sommige organisaties is die verantwoordelijkheid nog wat groter. Neem het Kunstmuseum in Den Haag. Daar houdt de bedrijfshulpverlening zich niet alleen bezig met de veiligheid van de medewerkers, bezoekers en leveranciers, maar bekommert zich in de vorm van collectiehulpverlening (chv) ook om de talrijke kunstobjecten.

“Natuurlijk”, zegt André van Klooster, “de kans dat hier nu brand uitbreekt, is heel klein. Maar áls het alarm afgaat, is er geen discussie. Dan gaat iedereen meteen naar buiten: de medewerkers en de bezoekers. Ik weet de weg, dus ik ben verantwoordelijk voor jullie veiligheid. En het is jammer voor het interview, maar die veiligheid gaat voor.”

Veiligheid medewerkers, bezoekers en kunst

Het zou inderdaad jammer zijn voor dit interview, maar ook voor het kunstobject waar we op dit moment naar kijken. Van Klooster is Hoofd Beveiliging & Publieksopvang in het Kunstmuseum in Den Haag, en op dit moment staan we bij een van de beroemdste objecten in de collectie: Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan. Destijds door de staat aangekocht voor € 82 miljoen. Toch is Van Klooster onverbiddelijk: “Wij hebben hier meer dan 10.000 objecten, en ook nog eens de grootste collectie Mondriaans ter wereld. Als daar iets mee zou gebeuren,  dat zou echt een ramp zijn. Maar toch, onze eerste prioriteit is de veiligheid van de mensen.”

Koos Pulleman (directeur NIBHV) naast de Victory Boogie Woogie

Het bovenstaande citaat laat het zien: de bedrijfshulpverlening in een museum is nog een graadje ingewikkelder dan die in een doorsnee organisatie. Daar gaat het vooral om de veiligheid van de medewerkers, maar in het Kunstmuseum is de doelgroep van de 20 bhv’ers nog wat groter: medewerkers, bezoekers, leveranciers, maar ook de kunst, die 10.000 objecten, onderdeel van het nationaal erfgoed.

Strakke procedures bij brandalarm

Laten we beginnen met het belangrijkste deel van de doelgroep: de mensen. Als het brandalarm dadelijk toch onverhoopt mocht afgaan, gelden er strakke procedures. “Dit gebouw is groot en je kunt er gemakkelijk in verdwalen”, zegt Van Klooster. “Daarom worden de bezoekers naar buiten geleid door de suppoosten. Die beschikken over kaartjes waar de nooduitgangen op staan aangegeven. Bovendien krijgen ze verdere instructies vanuit de meldkamer: welke gangen zijn geblokkeerd en wat zijn de alternatieven? Vandaar ook dat die suppoosten het gebouw door en door moeten kennen. Tijdens de eerste dagen dat ze hier aan het werk zijn, worden ze daar intensief in getraind.”

Ook de mensen die niet rechtstreeks bij de bhv-organisatie zijn betrokken, worden regelmatig bijgepraat. Neem de rondleiders. “We krijgen vaak bezoek van klassen met kinderen”, vertelt Van Klooster. “En die rondleiders moeten ervoor zorgen dat die bezoeken veilig verlopen. Dus is het belangrijk dat ze van de veiligheidsvoorschriften op de hoogte zijn. Zo’n twee keer per jaar worden ze bijgepraat over de laatste ontwikkelingen en we laten hen voorlichtingsfilmpjes zien. Daarin besteden we bijvoorbeeld aandacht aan een bekend dilemma: wat doe je als je tijdens een brand achter een deur kinderen hoort roepen? Waarschijnlijk kun je niet verhinderen dat die rondleiders in zo’n geval toch die kamer binnen gaan, maar we kunnen hen wel bewust maken van de risico’s. Zorg er bijvoorbeeld voor dat je geen steekvlam in je gezicht krijgt. En besef goed: als de kamer vol rook staat, raak je zelf binnen 60 seconden al bewusteloos.”

Twee stromen mensen

Een strakke organisatie dus, maar af en toe worden de procedures toch aangescherpt. Bijvoorbeeld na een van de schaarse incidenten. “Laatst ging hier het brandalarm”, vertelt Van Klooster. “Meteen zetten we de ontruiming in gang, maar wat bleek na een paar minuten? Het was gewoon een van de kinderen die het spannend vond om op de alarmknop te drukken. Niets aan de hand dus. En dat was ook wat we vertelden aan onze bezoekers. Dat lijkt logisch, maar het pakte niet goed uit. Later bekeek ik de opnames en zag ik twee stromen mensen: degenen die naar buiten gingen én zij die weer terugliepen het museum in. Dat gaf verwarring en dat wil je niet hebben.”

Vandaar dat Van Klooster de procedure heeft bijgesteld. “Als in het vervolg het alarm gaat, begeleiden we iedereen naar buiten, ook al is er niets aan de hand. Want als dat alarm eenmaal heeft geklonken, is het heel lastig om mensen ervan te overtuigen dat ze weer naar binnen kunnen. Pas als ze buiten staan, neemt het adrenalineniveau weer af en kun je ze vertellen dat de kust veilig is. Natuurlijk hebben we ook wat gedaan om dat loos alarm te voorkomen: onze alarmknoppen zijn nu voorzien van een klepje dat je eerst omhoog moet schuiven voordat je het alarm kunt activeren. Dat maakt de barrière voor zo’n kind toch wat hoger.”

Gastvrije bhv’ers

In de meeste gevallen komen de bhv’ers niet in actie vanwege brand, maar vanwege een kleiner incident. “In de 23 jaar dat ik hier werk, hebben we de AED nog nooit hoeven te gebruiken”, vertelt Van Klooster. “Maar natuurlijk zijn er wel mensen die onwel worden of een ongeval krijgen. Op een dag hadden we hier bijvoorbeeld een oudere dame met een stok en die kwam ten val. Heel vervelend natuurlijk, maar gelukkig is de aanrijtijd van ambulances hier extreem kort: ze zijn er binnen een minuut. Bovendien zijn de mensen uit de meldkamer niet alleen getraind in procedures, maar ook in gastvrij, vriendelijk gedrag. Een van de jongens is meteen naar beneden gekomen en is tegen haar rug aan gaan zitten, zodat ze rechtop kon blijven totdat de ambulance arriveerde.”

Relatie met de brandweer

Een ander punt waar Van Klooster flink in heeft geïnvesteerd: zijn relatie met de brandweer. “Die is buitengewoon goed, ook omdat hun houding door de jaren heen is gewijzigd. Ze komen niet langer langs met een opgeheven vingertje, ze denken veel meer met je mee. En onze rolverdeling is duidelijk. Wij beschikken niet over brandwerende pakken of ademlucht, dus we bemoeien ons niet met de brand zelf. Als we te maken krijgen met een brandmelding, zorgen we ervoor dat de brandweerlieden worden opgevangen en dat we hen begeleiden naar de plaats van het incident.”

Maar soms gebeurt er toch iets waar beide partijen van kunnen leren. Een aantal jaar geleden ging het brandalarm af en geheel volgens de procedure ving de bhv de brandweerlieden op. Echter, die kregen onverwachts assistentie. “Op hetzelfde moment was er ook een andere brandweerauto uitgerukt”, vertelt Van Klooster. “Maar hun incident was loos alarm. Dus kwamen ze op het idee om de helpende hand te bieden – maar ze hadden geen benul hoe ze het museum binnen moesten komen. En dus hebben ze gekozen voor een andere route, via het Museon naast ons. Niet alleen hebben ze alle deuren ingeslagen, maar ook alle ramen. Ik snap de logica: hoe meer rook er weg kan, hoe meer zij ook kunnen zien. Maar dit was natuurlijk niet iets waar wij blij van werden, dus hebben wij hier scherpere afspraken over gemaakt.”

Collectiehulpverlening

Terug naar Victorie Boogie Woogie en naar de andere 10.000 kostbare objecten in het museum. Want de bezoekers mogen het pand dan binnen 5 minuten na het alarm hebben verlaten, dat geldt niet voor de kunst. “In andere musea hangen de schilderijen vaak aan een kabeltje”, zegt Van Klooster. “Maar dat zul je bij ons niet zien. Om dit schilderij los te krijgen, daar moet je echt een expert voor zijn.”

Chv’ers bemoeien zich niet met de bezoekers of de medewerkers, zij concentreren zich op onze collectie

Die experts vind je niet bij de bhv maar bij de chv, de collectiehulpverlening. Chv is de eerste hulp aan collecties bij een incident en is erop gericht de schade te beperken en objecten in veiligheid te brengen. “Die mensen bemoeien zich niet met de bezoekers of de medewerkers”, zegt Van Klooster. “Zij concentreren zich op onze collectie. Zodra de brandweer het sein veilig heeft gegeven, proberen zij de schade aan de collectie te minimaliseren. Ze beslissen bijvoorbeeld of ze de kunstwerken van de muur halen, of dat het beter is om ze gewoon te laten hangen. En als er sprake is van roet- of waterschade, zullen ze het object op een verantwoorde manier vervoeren, zodat de restaurateur het weer kan schoonmaken.”

Iedere dag een ontruimingsoefening

Een scherpe bhv-organisatie dus. Maar iedere kenner weet: om die scherp te houden, moet je ook regelmatig oefenen. En daarbij ziet Van Klooster zowel obstakels als voordelen. “Heel realistisch oefenen is er bij ons niet bij. We hebben te maken met uiterst gevoelige kunstobjecten, dus wij kunnen de boel hier niet in de rook zetten. Nee, ook kunstrook is uit den boze, want daar zitten allerlei vette stoffen in. Aan de andere kant… wij werken samen met het opleidingsinstituut Fire Control en die weten toch goede scenario’s in scène te zetten. Bovendien oefenen wij eigenlijk het hele jaar door. Want bij een ontruiming is het onze taak om het hele museum leeg te krijgen. En dat is precies wat wij altijd doen, elke dag om 17:00 uur, als het museum gaat sluiten. Dan gaan wij alle zalen na en begeleiden we de laatste bezoekers naar buiten. Zo’n ontruimingsoefening, die hebben wij dus iedere dag.” PP//


Reageer op dit artikel

the Kick-ass Multipurpose WordPress Theme

© 2023 Kicker. All Rights Reserved.