Een rokende printer of een bom uit de Tweede Wereldoorlog. Bhv-instructeur Vincent Vivié van ZVE-Veiligheid houdt niet van rijtjes afwerken, maar van trainingen waarin deelnemers moeten nadenken. “In de praktijk is er ook niemand die het je voordoet.”
Veel bhv-instructeurs zijn generalisten, maar jij bent gespecialiseerd in brand en ontruiming. Hoe komt dat?
“Die beslissing werd eigenlijk al genomen voor ik dat vak inging. Mijn vader was brandweerman; hij leidde zelfs brandweermensen op. Daarnaast gaf hij voor de regionale brandweer bhv-cursussen. ‘Schoenmaker, blijf bij je leest’, zei hij altijd. ‘Je moet voorkomen dat je als brandweerman EHBO er een beetje bij gaat doen.’”
Die filosofie heb jij dus overgenomen?
“Inderdaad. Niks ten nadele van mijn collega’s, maar ik zie soms EHBO-instructeurs die een papiertje halen voor het brandgedeelte. Vaak blijft dat dan een ondergeschoven kindje. Ik ben instructeur brandbestrijding en ontruiming, en ik zeg altijd tegen mijn cursisten: als jullie van mij EHBO moeten leren, is dat niet gunstig voor het slachtoffer. Dus huur ik daar een specialist voor in. Aan de andere kant: als een van mijn cursisten plotseling op de grond valt, weet ik wel wat ik moet doen, want ik heb mijn EHBO-diploma.”
Je bent dus gespecialiseerd in brand en ontruiming, maar zelf ben je geen brandweerman.
“Nee, ik heb bedrijfskunde gestudeerd, dus ik leek een heel andere kant op te gaan. Maar mijn vader ging op zijn 55ste met pensioen en besloot toen een bedrijf te starten als bhv-instructeur. Daar groeide ik langzaam in mee. Kijk, mijn vader was verschrikkelijk goed in zijn vak, maar hoe je een bedrijf moest runnen, dat had hij niet altijd scherp op zijn netvlies. Dus kon ik achter de schermen zorgen voor het marketinggedeelte: offertes maken, facturen sturen, presentaties opzetten, de website bouwen en nadenken over klantenwerving en klantenbinding. En ik had soms het voordeel van de frisse blik, juist omdat ik geen brandweerman ben.”
Hoe bedoel je dat?
“Ik denk dat ik meer naar de cursus keek door de ogen van de cursist. Een aankomend bhv’er zit niet per se te wachten op een inhoud die helemaal voor 100 procent klopt. Dat mag inhoudelijk misschien 95 procent zijn, als de training maar op een 100 procent leuke manier wordt gebracht. Ja, ik weet dat dat provocerend klinkt, maar bhv is geen brandweeropleiding. De stof moet natuurlijk kloppen, maar ook blijven hangen.”
Zijn er nog meer verschillen tussen de twee opleidingen?
“Ja, veel van de onderwerpen zijn gewoonweg voor de bhv niet zo interessant. Neem de deurprocedure. Er wordt vaak uitgelegd dat zo’n deur heel warm kan worden, maar het is de vraag of de bhv’er dat moet weten. Ja, een brandweerman wel, want die gaat vaak naar binnen, maar een bhv’er gaat juist naar buiten. Iets soortgelijks geldt voor rook onder een deur. Als je die ziet, zit je al in zo’n vergevorderde fase dat iedereen allang op de parkeerplaats hoort te staan.”
In het begin speelde je dus een rol achter de schermen. Maar op een gegeven moment werd je ook zelf instructeur.
“Klopt. Al snel ging ik met mijn vader mee naar cursussen. Eerst als assistent, later steeds meer als instructeur. Daar leerde ik natuurlijk heel veel van. Dan zei mijn vader: ga jij eens een lesje doen met de praktijk buiten. Zo groei je erin. Later heb ik natuurlijk ook mijn officiële papieren gehaald. Ik ben intern opgeleid in het Meander Ziekenhuis, maar toen zat ik eigenlijk al lang en breed in het vak. Ik reed al auto, maar ik moest nog even mijn rijbewijs halen.”
Hoe zien jouw trainingen eruit?
“Ik kan je allereerst vertellen hoe ze er niet uitzien. Waar ik echt een hekel aan heb, is een situatie waarin twaalf bhv’ers op een rij staan en een voor een een brandje gaan blussen ter grootte van een schoenendoos. Stel, jij bent nummer twaalf en je hebt dat al elf keer gezien. Wat ben je dan aan het trainen? Volgens mij helemaal niets.”
Hoe doe jij dat dan anders?
“Ik laat mensen liever zelf nadenken. Bijvoorbeeld door meerdere dingen tegelijk in brand te steken, in een ruimte met verschillende blusmiddelen. Dan zeg ik: jongens, jullie zijn een bhv-team. Zoek het maar uit. Dat lijkt me realistisch. In de praktijk is er ook niemand die het je voordoet. Het verschil is dat daar de belangen heel erg groot zijn, terwijl je in een training gewoon fouten kunt maken. En daar kun je alleen maar van leren.”
Wat is het creatiefste scenario dat je hebt bedacht?
“Er zitten een paar leuke bij. Bijvoorbeeld de kopieermachine. Ik ben les aan het geven, en dan klopt er opeens iemand op de deur: sorry, mag ik even een kopietje maken? Meestal zie je cursisten dan een beetje geïrriteerd kijken: waarom moet dat hier? Maar dan begint die printer opeens hevig te roken, en snappen die deelnemers wel dat ze aan de bak moeten. Ik ben dan heel benieuwd hoe ze het gaan aanpakken.”
Je zei: een paar leuke. Is er nog een andere?
“Ja, een ander voorbeeld is de bom. Stel je voor, ik geef alweer een training en daar verschijnt een man met een schep en een stofjas. ‘Moet je nu kijken! Ik was hiernaast aan het graven, en opeens vond ik dit. Wat moet ik daarmee?’ En wat legt hij op tafel? Een bom uit de Tweede Wereldoorlog. Ja, dat is een echte bom, en die hebben we van tevoren onschadelijk gemaakt. Maar dat laatste weten de deelnemers niet, dus is het aan hen om een oplossing te bedenken. Laatst leidde dat trouwens tot een onverwachte afloop. Die man had zijn zin nog niet afgemaakt, of een van de deelnemers had die bom al helemaal uit elkaar liggen. Geen wonder, want die werkte bij de Explosieven Opruimingsdienst.”
Tot slot: hoe is je verhouding met de NIBHV?
“Over het algemeen erg goed. Ik vind het waardevol om bij een club als de NIBHV aangesloten te zijn, omdat je daarmee uitstraalt dat je kwaliteit biedt. Soms hoor ik verhalen die me aan het denken zetten. Bijvoorbeeld over aanbieders die een tarief hanteren van 15 euro per persoon. Daarvoor bieden ze een half dagje instructie en dan krijg je een certificaat mee dat twee jaar geldig is. Helaas laat de wetgever daar wel ruimte voor, en dus is het goed dat de NIBHV dat keurmerk heeft ingesteld. Wat ik ook prima vind: vaak kijkt er iemand van de NIBHV mee tijdens de les. Is het allemaal goed verzorgd? Zijn de materialen op orde? Wordt er geen onzin verkocht? Dat biedt volgens mij alleen maar meerwaarde.”