Blaren, flauwtes, hitteletsel. Het zijn enkele risico’s bij de jaarlijkse 4Daagse in Nijmegen. Logisch dus dat de organisatie kan terugvallen op artsen, verpleegkundigen en zelfs een heel noodhospitaal. Operationeel leider Han Pelster vertelt over moeilijke beslissingen, en waarom dit evenement een belangrijke rol speelt in de toekomst van de Nederlandse crisisbeheersing.
Het was juli 2022 en de temperatuur in Nederland liep alsmaar op. En voor Han Pelster, projectleider 4Daagse namens het Rode Kruis, betekende dit een moeilijke beslissing. “De voorspelling was dat het ongeveer 39 graden zou worden, en bij die temperaturen is 50 kilometer wandelen gewoon niet verantwoord. Dus is er besloten om die dag niet van start te gaan. Heel vervelend natuurlijk voor alle deelnemers, maar ook voor onze vrijwilligers. Opeens waren er 700 mensen die niet aan het werk konden: ICT’ers, logistiek en facilitaire experts, EHBO’ers, blarenprikkers, artsen en verpleegkundigen. Die zaten op een locatie waar het bloedheet wordt. Dus moesten we allerlei noodmaatregelen nemen om mensen te beschermen.”
Zes dagen knallen
Pelster zat in een positie waar een gemiddelde manager of werkgever niet zo gauw in terechtkomt. “In een normale organisatie gaan mensen aan het einde van de dag gewoon naar huis. Maar bij zo’n 4Daagse is het zes dagen achter elkaar knallen. En als een van die dagen uitvalt, kunnen onze vrijwilligers ook niet even snel naar huis, want ze komen echt uit het hele land. Gelukkig hebben we de hand weten te leggen op een van de laatste professionele airco’s om het pand de rest van de week te kunnen koelen, en hebben we uiteindelijk een locatie gevonden waar we iedereen deze bewuste dag naartoe konden brengen. Daar hadden ze een businesslounge, met airconditioning.”
Lopen op het bot
Denk je aan de 4Daagse, dan denk je aan volharding. En Pelster ziet die allereerst bij de deelnemers. “Ik heb wandelaars met heftige letsels gezien op de eerstehulppost: sommige mensen liepen al bijna op hun bot, want al het vel van hun voeten was weggeschuurd. Maar toch wilden ze doorgaan. Dat snap ik wel, want ze hebben er lang voor getraind. Maar aan de andere kant zijn er ook uitzonderlijke situaties waarin je toch gaat adviseren om het bandje door te knippen. Dan vindt de arts het gewoon onverantwoord om door te lopen.”
Maar volharding zien we volgens Pelster ook bij de vrijwilligers. “Het grootste deel van hen is EHBO-opgeleid, met een specialisatie voor evenementenhulpverlening, en vaak ook nog een aanvullende specialisatie wrijvingsblarenhulpverlening. Hun taak is namelijk lastiger dan bij huis-, tuin- en keukenblarenbehandeling. Dan pak je gewoon een naald, doe je een aansteker eronder en daarna prik je hem door en plak je er een pleister op. Klaar. Maar bij een vierdaagse waarbij je nog drie dagen lang moet doorlopen, krijgen mensen echt andere en betere hulp. Anders ben je die pleister kwijt en trek je weer een nieuwe blaar.”

Ja, dat alles vereist volgens hem volharding. “Het aantal blaren is natuurlijk enorm, en dus werken die mensen tijdens de wandeldagen echt non-stop door. En hetzelfde geldt voor de artsen en verpleegkundigen. Bedenk wel, de omstandigheden zijn voor hen anders dan normaal. Ze staan niet in een of andere steriele operatiekamer, maar gewoon midden in een weiland, in een tent. Dus zonder specialistische apparatuur en zonder de mogelijkheid om even snel een foto te maken. Het is een soort oorlogshospitaal.”
Wat zijn de risico’s?
Nee, een vierdaagse wandelen is niet supergevaarlijk. Maar Pelster kan toch enkele risico’s opnoemen, zowel voor de deelnemers als voor het publiek. “We krijgen natuurlijk vaak te maken met blaren, maar ook met allerlei blessures van de enkels, de knieën, de heup en alles wat in je ledematen zit. Verder worden er deelnemers binnengebracht die een flauwte hebben, zelfs als het zware werk er officieel al op zit. Mensen zijn gefinisht en pakken een biertje omdat ze het gehaald hebben – en vervolgens worden ze onwel.”
“Bovendien, zo’n evenement trekt natuurlijk ook veel publiek, en ook daar zie je regelmatig incidenten. Wespensteken, vechtpartijen en mensen die tegen een verkeersbord aanlopen omdat het druk is. En natuurlijk, als je zoveel mensen bij elkaar hebt, gebeurt het ook wel eens dat iemand een hartstilstand krijgt. Dat is natuurlijk ernstiger.”
Oefenen onder hoogspanning
Voor veel van die vrijwilligers zit precies daar ook de meerwaarde. “Je moet rekenen: sommigen van hen doen dit al tien, twintig of zelfs veertig jaar”, zegt Pelster. “En ook als je arts bent, krijg je daar niets voor betaald. Maar tegelijkertijd doen al deze mensen wel waardevolle ervaring op. Wat als dadelijk de ziekenhuizen volkomen overbelast zijn door de uitbraak van een nieuw virus? Of als die ziekenhuizen er überhaupt niet meer zijn, omdat ze zijn platgebombardeerd in een oorlog? Dan zullen die mensen onder hoge spanning moeten werken in een noodhospitaal. Het Rode Kruis benut dit soort grote evenementen als een oefening in coördinatie en samenwerking.”
Buikgriep
Volharding. Het woord is ook van toepassing op Pelster zelf. Want zoals hierboven al bleek, is zijn functie soms heel uitdagend. “Een paar jaar geleden werden meerdere vrijwilligers getroffen door buikgriep, waarschijnlijk door het norovirus. Heel vervelend, want daar in Nijmegen slaapt iedereen in een schouwburg, op een sportveld of in een grote sporthal, en dan dicht op elkaar in stapelbedden. Als thuis iemand dat virus oploopt, gaat-ie gewoon naar boven naar de wc in plaats van beneden. Maar nu hadden we op een gegeven moment tien mensen die om de vijf minuten weer hoge nood hadden.”
Wie is Han Pelster?
Han Pelster is projectleider namens het Nederlandse Rode Kruis voor grote evenementen zoals de Nijmeegse 4Daagse en de Dam tot Damloop. Tijdens de 4Daagse treedt hij op als operationeel leider en draagt hij de eindverantwoordelijkheid voor de medische hulpverlening, de logistiek en de crisisbeheersing. Daarnaast werkt hij als zelfstandig consultant (Pelster Consultancy) en vervult hij op dit moment functies bij het Rode Kruis als manager ad interim van het Rode Kruis Certificeringsbureau & Rode Kruis Trainingen.
Pelster vervolgt: “Dus hebben we allerlei maatregelen genomen om verspreiding te voorkomen. Dat bakje nootjes neerzetten aan het eind van de dag waar iedereen in graait: niet meer doen. Die blokjes kaas uitdelen: ook geen goed idee. We gingen over naar monoverpakkingen, en natuurlijk kwamen er extra schoonmaakronden voor de toiletten. Die schoonmakers kwamen nu iedere twee uur langs. Daarmee hebben we de uitbraak goed kunnen containen. Natuurlijk, voor een crisismanager is dat uitdagend. Maar het zijn wel de incidenten die het uiterste van je vragen – en waar ik stiekem van geniet.”