Op een druk Utrecht Centraal Station in de ochtendspits ben ik opgeroepen om hulp te verlenen. Iemand heeft een epileptische aanval. Het slachtoffer ligt te schokken met het schuim om zijn mond en met een natte broek. Dit laatste komt doordat je bij een epileptische aanval geen controle meer hebt over je blaas.
Gênant en heel vervelend op zo’n vol station waar dagelijks 360.000 mensen passeren. Het is daarom erg fijn dat er (bedrijf)hulpverleners zijn van NS die met lakens om het slachtoffer staan om hem af te schermen van de omgeving. Tegelijkertijd zie ik met verbazing dat er mensen zijn die bewust het laken naar beneden trekken om te kijken wat er aan de hand is. Sommigen pakken zelfs hun telefoon om het te filmen. Schaamteloos en ongepast. Je zou er zelf maar liggen!
Kwetsbare situaties
In mijn werk als ambulanceverpleegkundige kom ik mensen tegen in de meest kwetsbare situaties, zoals hierboven beschreven op Utrecht Centraal. Als er ergens een ambulance staat, komt het regelmatig voor dat het slachtoffer er niet zo florissant bijligt. Sommigen liggen in hun eigen diarree of zitten huilend naast een fiets van een meisje dat op weg naar school is aangereden. Anderen dolen rond op straat, oud, verward en incontinent, of zitten verslagen en verbijsterd na een dodelijk bedrijfsongeluk van een collega bij elkaar. Je bent dan kwetsbaar en niet op je best. Dat vraagt menselijkheid, oprechte aandacht, zorgzaamheid en integer handelen. Dat mag je zeker van mij als zorgverlener verwachten, maar ook van bedrijfshulpverleners en toevallige voorbijgangers.
Misschien is die medemenselijkheid wel het belangrijkste instrument van de (bedrijfs)hulpverlener. Het draait niet alleen om stoer tourniquets aanbrengen. Ik ben in mijn werk vooral bezig met oprechte aandacht geven. Een hand vasthouden van een uiterst vitale 91-jarige mevrouw met een gebroken heup gedurende een ambulancerit, is soms belangrijker. Als ze beseft dat weer thuiskomen uiterst lastig is of haar overlijden naderbij komt, is de hele weg een hand vasthouden ook ambulancezorg. Met verbazing kijk ik dan ook naar tegenovergesteld schaamteloos gedrag van omstanders.
Morele revolutie
Mensen lijken steeds schaamtelozer te worden. Historicus en schrijver Rutger Bregman noemt dat de ‘survival of the shameless’. Hij schetst een leiderschapscrisis in de wereld, waarbij niet de slimste, meest capabele en deugdzame mensen de top bereiken, maar de meest schaamteloze. Hij pleit dan ook voor een morele revolutie. Laten we die morele revolutie niet alleen van de machthebbers verwachten, maar ook van onszelf. Zeker bij kwetsbare situaties wordt gevraagd om mensen met een moreel kompas.
Gelukkig zie ik in mijn werk ook onbaatzuchtige moed om anderen te helpen. Burgerhulpverleners die bijvoorbeeld op een onverwacht moment (tijdens het ontbijt met de kinderen) een oproep krijgen, vervolgens bij een wildvreemd iemand naar binnen durven stappen, de eerste emotionele reacties van de familie over hen heen krijgen en daarna de reanimatie opstarten. Na afloop verdwijnen ze stilletjes, terug naar huis.
Moedige groep
Ook bedrijfshulpverleners zijn zo’n stille moedige groep. Vaak hoor je ze niet, maar ze doen prachtig menslievend werk. Regelmatig zie ik daar prachtige staaltjes van. Bijvoorbeeld bedrijfshulpverleners die meer doen dan alleen eerste hulp geven. Die meegaan naar het ziekenhuis, iemand naar huis brengen die met buikgriep toch op het werk is verschenen en oprechte steun geven. Ik word daar elke keer weer vrolijk van. Ik hoop dat de managers in organisaties dat ook zien.
De beste manier om schaamteloosheid te bestrijden is om er moed en medemenselijkheid tegenover te zetten. De meeste mensen deugen schrijft Bregman in het boek met die titel. Dat klopt als ik om mij heen kijk. Ik zie meer mensen die bereid zijn te helpen dan schaamteloze mensen. Alleen blijven die laatsten wel het meest hangen. Misschien moet ik het maar omdraaien? Ik zie heel veel bereidheid anderen te helpen.
Laten we die goedheid inzetten als voorbeeld: wie goed doet, goed ontmoet. Ook als andere mensen niet kijken. Dat vraagt moed! Koester die stille krachten in je bedrijf en op straat. Want die maken daadwerkelijk het verschil. Ik hoop dat als ik van mijn fiets val, ik zo iemand tegenkom: iemand met oprechte aandacht. En dat nieuwsgierige omstanders doorlopen. Dank alvast!