Hoe zorg je als jonge bhv-trainer dat cursisten enthousiast blijven meedoen, een hele dag lang? Voor Mirja Hensen van Delta Safety Training is het geen probleem. Maar zij kan dan ook terugvallen op een enorme trainingslocatie die ruimte biedt voor tal van scenario’s.
Dacht jij als kind al: later word ik bhv-trainer?
“Nee, absoluut niet. In 2019 ben ik afgestudeerd in International Leisure Management. Ik was van plan om die kant op te gaan: festivals organiseren en bruiloften plannen. Dat heb ik ook een tijdje gedaan, maar toen kwam corona, en al die bruiloften gingen niet door. Zo zat ik dus met een mooi papiertje waar ik helemaal niks mee kon, maar via een vriendin kwam ik op het spoor van Delta Safety Training.”
Hoe ging dat precies?
“Die vriendin werkte hier al en wist dat ze een assistent zochten. Die assistent bereidt alles bij ons voor, en zorgt dat het materiaal schoon is en klaarstaat. Het lijkt op een logistiek medewerker, maar wel een die af en toe ook bij de bhv-trainingen helpt. Als er een grote groep was werd die gesplitst, en dan nam ik een paar mensen mee om hen te laten blussen. En nee, dat deed ik niet vanaf dag één. Daar moest ik eerst een interne opleiding voor volgen.”

Hoe werd je toen een echte bhv-instructeur?
“Na een half jaar heeft Delta me daarvoor gevraagd. Toen ben ik die opleiding gaan doen vanuit het NIBHV, en ik heb ook de instructeurspapieren gehaald bij het Oranje Kruis. Toen ik dat had afgerond, kon ik zelf lessen gaan geven. Dat heb ik zeker drie jaar gedaan, zo’n drie keer per week.”
Hoe beviel dat?
“Erg goed, maar toch… het eerste jaar was wel wennen. Alles is nieuw, ook de vragen uit de groep. Soms kon ik daar geen antwoord op geven. En dan schoot de gedachte door me heen: had ik dit moeten weten? Weet ik wel voldoende? Maar al heel snel besefte ik dat je als instructeur ook niet alwetend bent. En dat je na afloop ook zaken kunt opzoeken.”
Accepteerden de deelnemers dat ze een training kregen van iemand van begin twintig?
“Dat was bijna nooit een probleem. Maar af en toe zat er iemand in de groep die daar inderdaad moeite mee had. Bijvoorbeeld als die zelf een enorme ervaring had opgebouwd. Maar ik heb in een bar gewerkt, dus daar kon ik wel mee omgaan. Meestal liet ik diegene dan een demo geven. Zo van: ‘Wil jij het laten zien? Wil jij anderen meenemen in het proces?’ Dat gaf die deelnemer de gelegenheid om ook iets van autoriteit op te bouwen.”
En nu? Wat zijn voor jou moeilijke en makkelijke groepen?
“Ik zie wel een verschil tussen een training met open inschrijving en een training op initiatief van een enkele organisatie. In dat eerste geval moeten mensen nog aan elkaar wennen, maar collega’s van één enkel bedrijf kennen elkaar natuurlijk al jaren. Dan kan het twee kanten op vallen. Of ze nemen je mee in hun gezelligheid en dat stimuleert hun enthousiasme, of ze gaan met elkaar zitten kletsen. Dan moet je ze bij de les houden. Vandaar dat ik altijd groepjes maak op basis van kleuren. Een typische rode doener die onmiddellijk in actie wil komen, koppel ik dan aan een blauwe collega die juist heel reflectief is. En die twee die kletsen, haal ik natuurlijk uit elkaar.”
Dat klinkt als boeiend werk. Maar toch, wordt het na jaren geen sleur?
“Nee, want het mooie van Delta is dat je iedere dag weer andere scenario’s kunt verzinnen. Je moet je voorstellen: we hebben hier een enorm gebouw, een voormalige loods van zo’n 2000 vierkante meter. Echt heel indrukwekkend. In één ruimte kunnen mensen naar boven klimmen, net als in een windturbine, en in twee andere kunnen ze juist oefenen met ademlucht. En we hebben zelfs een zwembad voor de offshore-trainingen, compleet met lifeboat. Verder beschikken we over heftrucks en complete stellingen, een enorme kraan waarmee we zware objecten kunnen verplaatsen, en natuurlijk een ruimte die we helemaal vol kunnen zetten met rook.”

En die ruimtes worden ook iedere training gebruikt?
“Ja, wij werken altijd aan de hand van scenario’s. Natuurlijk behandelen we in het ochtendprogramma de verplichte stof, maar ‘s middags sluit het programma aan op de specifieke situaties van de deelnemers. En die scenario’s maken we zo realistisch mogelijk. We gebruiken bijvoorbeeld zo min mogelijk poppen en zoveel mogelijk lotussen, gewoon omdat de deelnemer dan voelt hoe het is om in contact te komen met een echt slachtoffer. Want die lotussen zijn bizar goed getraind: die kunnen echt al hun spieren ontspannen, zodat je ervan overtuigd raakt dat ze werkelijk bewusteloos zijn.”
In iedere training een scenario dus. Hoe werkt dit precies bij een open inschrijving?
“Dan is het inderdaad ingewikkelder, want dan heb je te maken met deelnemers uit allerlei soorten branches. Tien van hen komen bijvoorbeeld uit een kantooromgeving, maar twee anderen werken in de offshore of de petrochemische industrie. Voor die twee maak ik dan een apart scenario, en dat kan bij ons diezelfde middag worden gerealiseerd.”
Geen sleur dus, maar je hebt nu toch een andere functie?
“Dat is gewoon mijn jonge brein: ik wil nog meer leren, me nog meer ontwikkelen. Bovendien heb ik nu een dubbelfunctie: ik ben marketeer, maar ik fungeer nog steeds als back-up. Als een trainer is verhinderd, spring ik in. Ook zit ik regelmatig bij de bhv-trainingen van anderen om te controleren of die voldoen aan onze eisen. En ten slotte maak ik nu alle lesplannen en zorg ik ervoor dat alle apparatuur is gekeurd. Vergeet ook niet dat het voor een marketeer buitengewoon handig is als die weet wat er tijdens die training precies gebeurt.”
Tot slot: hoe ervaar je de samenwerking met het NIBHV?
“Erg prettig. Ik had contact met hen toen ik iets wilde weten over mijn instructeurspapieren, en dat verliep erg soepel. En de laatste twee jaar valt het me op dat ze zo nu en dan een artikel sturen. Dat lees ik altijd, en soms mail ik het ook door naar mijn trainers: ‘Dit is interessant. Dat moet je echt lezen!’”