Als bhv-trainer draai je niet op de automatische piloot. Kijk naar instructeur Richard Vondeling van VONDELING Inspectietechniek & Training. De ene dag is hij op bezoek in een druk magazijn, de volgende dag bij een zorgboerderij waar cliënten werken met een verstandelijke beperking. Hoe pakt hij dat aan?
Voor een deel is jouw carrièrepad bepaald door je vader.
“Inderdaad. Zo’n 25 jaar geleden was ik klaar met mijn opleiding technische bedrijfskunde, maar dat was net in de periode na 11 september 2001. Plotseling was het heel lastig om een baan te krijgen.”
Dus toen kwam jouw vader in beeld.
“Ja, hij was in 1990 gestart met zijn eigen bedrijf: de controle van blusmiddelen en noodverlichting. Net rond de tijd van mijn afstuderen had hij al een plan klaarliggen om zijn dienstverlening uit te breiden met bedrijfshulpverlening. Dat was een logische aanvulling, want het was toen een opkomende markt. En dus besloten we dat ik die taak op me zou nemen.”
Had je dan ervaring met bhv?
“Ja en nee. Qua kennis moest er nog heel veel gebeuren, maar ik had wel de juiste affiniteit. Tijdens mijn studie bleek ik al heel goed te zijn in vakken als arbo, veiligheid en kwaliteit. Ook had ik een paar hobby’s die er goed bij aansloten. Ik was volleybaltrainer, dus ik was al gewend om voor een groep te staan. Daarnaast was ik duiker: het was mijn taak om mensen te redden die in het water in moeilijkheden kwamen. En dus had ik verplicht een EHBO-instructeurscertificaat gehaald.”

Dat lijkt me een goede basis
“Ja, dat vond het NIBHV ook. Vroeger moest je, als je daar een opleiding wilde volgen, instructeur zijn in een van de twee disciplines: brandbeveiliging of EHBO. Dus kon ik meedoen in de allereerste lichting bhv’ers die het NIBHV op deze manier opleidde. Het voelde geweldig om mee te doen, niet alleen omdat het interessant was, maar ook omdat het een probleem oploste. Als ik voorheen een bhv-training organiseerde, kon ikzelf alleen de EHBO verzorgen. Voor de brand en ontruiming moest ik iemand anders zoeken, en dat was altijd een heel gedoe met verschillende agenda’s. Na de opleiding werd alles een stuk simpeler, althans, qua organisatie.”
Want ik neem aan dat het vak zelf uitdagend blijft?
“Absoluut. Ik kom op bezoek bij allerlei soorten bedrijven. Soms gaat het om wat de cursisten zelf een ‘suffe kantooromgeving’ noemen. Maar de volgende dag sta ik dan in een magazijn met heftrucks en ander groot materieel, waar de kans op incidenten een stuk groter is. De interessantste klanten zijn de zorgboerderijen, want daar heb je te maken met cliënten met een verstandelijke beperking.”
Wat maakt zo’n situatie anders dan anders?
“Je kunt daar bijvoorbeeld niet zomaar onaangekondigd een ontruiming gaan oefenen: dat is voor die mensen een heel reële en beangstigende ervaring. En zelfs als je dan onder de juiste voorwaarden zo’n oefening hebt georganiseerd, kom je vaak voor verrassingen te staan. De bhv’ers dachten bijvoorbeeld dat bepaalde cliënten heel bang waren voor vuur en zichzelf dus zouden verstoppen. Maar de werkelijkheid was totaal anders: die cliënten vonden dat vuurtje wel interessant en besloten om eens te gaan kijken. Kijk, verstoppen of gaan kijken is natuurlijk allebei niet wenselijk, maar voor een bhv’er is het belangrijk om te weten met welke van de twee je te maken krijgt.”
Hoe ziet een gemiddelde training er precies uit?
“Mijn trainingen zijn niet gemiddeld. Mensen zeggen regelmatig: ‘Jouw herhaling is elk jaar anders.’ En dat is precies waar ik in geloof: in vernieuwing en maatwerk. Begrijp me goed, er zijn verplichte onderdelen: reanimeren, een AED gebruiken, een brandblusser hanteren. Daar ben je iedere keer een paar uur mee bezig. Maar dan heb je nog steeds ruim een halve dag over, en die kun je gebruiken voor het trainen van specifieke oefeningen.”
Welke bijvoorbeeld?
“Ten eerste bouw ik de kennis over de jaren op. Neem de tourniquet. Als ik een nieuwe groep heb, laat ik mensen daar rustig mee kennismaken. Maar het jaar daarna zit diezelfde tourniquet opeens in een verbandkoffer, midden in een volledig scenario. Dat is allemaal onderdeel van het scenario, dus moeten mensen die tourniquet onder druk toepassen.”
Dat lijkt me voor de cliënten van een zorgboerderij een beetje te stressvol.
“Inderdaad, dus pak ik het daar anders aan. Daar maak ik gebruik van een zogeheten table top-oefening. Dan leggen we een plattegrond van het hele gebouw op tafel en bedenken we een scenario. Vervolgens krijgt iedereen zijn LEGO-poppetje en doorlopen we de stappen. ‘Jij staat hier. Wat ga je nu doen?’ Dat is een uiterst effectieve methode, vooral als je te maken hebt met mensen die cognitief wat zwakker zijn.”
Je draait al bijna 25 jaar mee. Wat is het grootste verschil tussen vroeger en nu?
“Ik heb inderdaad veel zien veranderen. Allereerst de bhv’ers zelf. Toen ik rond 2002 die opleiding van het NIBHV volgde, was ik de enige twintiger. De rest was allemaal 40 of 50. Nu zie je veel meer jonge mensen. Een andere verandering is het kennisniveau; dat ligt tegenwoordig veel hoger. Kijk naar de deurprocedure bij brand. Vroeger deden we zo’n deur nog weleens open om te kijken of er iemand achter zat. Nu zullen we dat niet zo snel doen, want je zit dan zelf in no time in dezelfde situatie. Dat is een direct gevolg van het rookverspreidingsonderzoek van het NIBHV.”
Dat kennisniveau moet ook hoger zijn, want we hebben tegenwoordig te maken met nieuwe risico’s.
“Precies. Denk aan de lithium-ion-batterij. Die vormde 20 jaar geleden geen hot topic, maar als je nu die filmpjes op YouTube ziet waarop zo’n batterij tot ontbranding komt… dat lijkt nog het meest op een bomaanslag. Denk verder ook aan de materialen in ons interieur. Tegenwoordig zit er in onze meubels veel meer plastic en schuim. Als dat in brand vliegt, krijg je pikzwarte rook. Die is veel giftiger, dus dat kan een bhv’er in gevaar brengen.”
Het NIBHV is al een paar keer ter sprake gekomen. Hoe heb je de samenwerking ervaren?
“Voor mij is het NIBHV een heel goede partner, ook omdat ze regelmatig filmmateriaal en whitepapers aanleveren. Daarin zoomen ze in op een onderwerp, bijvoorbeeld rookverspreiding. Het onderzoek dat ze naar dit onderwerp lieten uitvoeren, heeft zelfs geleid tot aanpassingen in het officiële cursusmateriaal. Daardoor kan ik mijn cursisten trainen volgens de allernieuwste inzichten.”