Veel bhv-trainers zijn generalisten: zij geven cursussen in zowel EHBO als brand en ontruiming. Maar dat geldt niet voor Ria Fellinger van trainingsinstituut Fellinco. “Brand? Daar heb ik helemaal niets mee.”
Jouw bedrijf geeft niet alleen EHBO-training, maar ook zwemlessen toch?
“Dat klopt! Zowel mijn man als ik komen uit de zwemwereld en die zwemlessen geven we nog steeds. Maar nu verzorgt hij instructietrainingen aan zweminstructeurs, en ik heb me gespecialiseerd in EHBO. Ook dat is terug te voeren op mijn zwemverleden, want als je zwemles geeft, hoort dat EHBO-diploma er gewoon bij. Dat heb ik al gehaald toen ik een jaar of zestien was.”
Hoe verliep het pad van zwemles geven tot bhv-trainingen?
“Dat was een lang traject. Ik wilde altijd verpleegster worden, en toen ik zeventien was, liep ik in de vakantie al mee in het Havenziekenhuis. Maar ik ben een echt praktijkmens, en daarom zakte ik voor mijn theorie verpleegkunde. Uiteindelijk werd ik wel doktersassistent, want dat examen is veel praktischer. Dat werk heb ik acht jaar gedaan.”
En toen kwam dat instructeurschap in beeld?
“Dat duurde nog even. Maar mijn oudste zoon zat inmiddels op de basisschool en daar wilden ze graag cursussen organiseren voor jeugd-EHBO. Mijn man zat daar in de medezeggenschapsraad en die heeft mij toen naar voren geschoven. En wat denk je? In mijn eerste groep had ik 25 kinderen en die slaagden allemaal. En toen vroegen de EHBO-verenigingen al snel of ik nog een schooltje wilde doen. En voor ik het wist, was ik daar de hele week mee bezig.”

Wanneer heb je de overstap gemaakt naar volwassenen?
“Een school waar ik die jeugd-EHBO gaf, vroeg me of ik dat ook kon doen voor de leerkrachten. En toen ben ik gaan uitzoeken hoe ik dat examen kon halen. Bij het Oranje Kruis werd dat niks. Daar moest ik echt de hele opleiding doen – terwijl ik al tien jaar les gaf aan kinderen. Maar toen kwam ik op het spoor van de verkorte opleiding bij de Fontys Hogeschool in Eindhoven, en daar kon ik direct instromen. Er was wel een nieuw theorieboek uit, maar dat heb ik in een weekend doorgenomen, van voor tot achter. Zes weken later deed ik examen en nu slaagde ik wel. Dat was in 2004.”
En daarna ben je bhv-trainingen gaan geven?
“In 2005 heb ik me ingeschreven bij het NIBHV en met hun hulp heb ik ook een soort sollicitatie uitgeschreven. Want je begrijpt, ikzelf kon alleen het EHBO-gedeelte geven, dus ik had iemand anders nodig voor brand en ontruimingen. Gelukkig was er gelijk iemand die reageerde: John, een oud-brandweerman. We hebben afgesproken en het klikte. Zo zijn we gaan samenwerken.”
Dus jij huurt hem steeds in?
“En andersom. Als hij een volledige bhv-cursus geeft, verzorg ik het EHBO-gedeelte. En het leuke is, al snel vroeg hij of hij mij kon doorschakelen naar een andere brandinstructeur die ook een eerstehulpinstructeur zocht, Koos. Ook dat is een gepensioneerde brandweerman die geweldig veel ervaring heeft met wat er in de praktijk daadwerkelijk gebeurt.”
Heb jij er nooit over gedacht om dat brand-deel zelf te gaan verzorgen?
“Natuurlijk wel, maar ik heb het idee altijd weer verworpen. Ten eerste ben ik heel blij met mijn twee branddocenten: zij hebben de praktijkervaring die ik nooit zal krijgen. Ik zeg altijd eerlijk tegen mijn cursisten: ‘Ik weet hoe ik het veiligheidspalletje van de blussers af moet halen en of ik hoog of laag moet spuiten, want dat oefen ik elk jaar. Maar kom niet aan met praktijkvragen over brand, want daar heb ik totaal geen kaas van gegeten.’”
Maar je zou het natuurlijk wel kunnen leren…
“Nou, brand is echt heel ingewikkeld. En daarnaast heb je nog de kosten en de logistiek. Je moet niet alleen een dure cursus volgen, maar ook al je materialen verzamelen. Als ik zie wat John en Koos allemaal in hun auto’s hebben… Gasflessen, blussers en dan nog de objecten die je in brand mag steken. John heeft bijvoorbeeld veel dingen zelf in elkaar geknutseld: een pannetje op een standaard en ook een speciaal kastje waar hij iets in kan aansteken. Dat zie ik mezelf absoluut niet doen. En dan heb ik het nog niet eens over de stalling van al die spullen. Die mag je niet zomaar in een woonwijk in een berging zetten, dus moet je ergens buitenaf een garage huren. Nee, ik ben erg blij met John en Koos.”
Is er nog een verschil tussen de trainingen die jij organiseert, en de cursussen waarvoor jij wordt ingehuurd?
“Niet heel veel, maar je ziet wel een verschil in locatie. Ik geef bijvoorbeeld avondcursussen voor de vrijwilligers, en dat geef ik in een zaaltje dat ik zelf huur bij een kerk. Daarnaast ben ik aangesloten bij een grote landelijke organisatie die tweedaagse bhv-cursussen geeft door het hele land. Dan word ik ingepland voor de EHBO-dag, bijvoorbeeld in een Van der Valk-hotel. Maar als ik een training geef die wordt georganiseerd door mijn branddocenten, zit ik vaak bij de klant zelf. John en Koos hebben een enorm netwerk van bedrijven.”
Hoe ziet jouw training er dan precies uit?
“Waar ik vooral van houd, is die creativiteit. Natuurlijk krijg ik de vaste stof van de NIBHV, maar ik kan de les aanpassen aan de groep die ik voor me heb. Dus ik wil weten waar mensen vandaan komen. In wat voor bedrijf werken ze? Laatst had ik bijvoorbeeld iemand uit de horeca, en een ander van een kantoor, maar ook een tegelzetter. Dan zijn de risico’s ook heel divers. Op kantoor krijg je misschien een hartaanval, maar die kok en die stratenmaker zullen eerder een verwonding oplopen. En op straat komt er dan al snel veel meer vuil bij dan in de keuken. Dat zijn de verschillen die ik probeer te benadrukken.”
Je werd dit jaar 70. Hoe zie je de toekomst?
“Heel positief. Mijn dochter zit ook in het bedrijf en gaat het op termijn overnemen. Die is letterlijk met EHBO opgegroeid, en ze brengt ook allerlei nieuwe ontwikkelingen in. Nu is ze bijvoorbeeld een online opdrachten aan het ontwikkelen. En ikzelf? Ik heb altijd gezegd: ‘Als ik niet meer op mijn knieën kan voor de reanimatie, dan moet ik ermee stoppen.’ Maar voorlopig gaat dat nog prima. Mijn moeder is ook zwemdocent geweest en die heeft tot haar 94ste vrijwilligerswerk gedaan. Nu is ze over de 100. Dat voorbeeld probeer ik te volgen. Maar ik stop wel eerder hoor.”